archiveren

beeld

De bovenbuurvrouw (m/v) [ acryl, 30×40 ]

Iets over het plezier van werken aan ‘De bovenbuurvrouw’.
Ik schrijf iets op en iemand anders mag dat lezen.
Zelden schrijf ik als maker iets over mijn schilderijen, omdat ‘zij voor zichzelf moeten spreken’, maar die zogenaamde reden schrijf ik liever tussen aanhalingstekens. Zo serieus is dat werk niet, ik eet immers ander brood en zeker dit schilderijtje is technisch niet al te best en met schamel materiaal gemaakt, dus niet onaantastbaar, dilettanterig ook, en dat vind ik prettig. Iedereen zijn eigen lat.
Heel ongemakkelijk voelt het vermoeden dat ik mijn beeldend werk serieus neem. Pedant. Het is toch niet normáál dit spel ernstig te nemen?

Alles begon met een canvaspaneeltje dat ik jarenlang van de ene naar de andere plek heb verplaatst. Zulke paneeltjes vind ik eigenlijk een beetje suffig. Liever schilder ik op doek op spierraam. Ook kocht ik ooit tweedehands een glasloos Xenos-lijstje, waarin het paneel zou moeten passen. Toch een beetje bijsnijden, bleek later.
Op deze ondergrond heb ik over elkaar diverse kleuren gezet, terwijl ik aan iets anders werkte. Dan zou volgens mijn privé-bijgeloof vanzelf een idee komen.
Vaalblauw, wit, terracotta, wit, lichtgrijs, wit, tenslotte toch maar terracotta met wat oranje.

Ik had een vrouwenportret gekopieerd uit een tijdschrift, een donkere vrouw met meer genen van Afrikaanse origine dan. Met sluik haar, mogelijk ontkroesd.
De kopie had ik tot sjabloon gesneden om op het paneel een monotype te maken. Net genoeg uitgesneden om het gezicht gezicht te laten zijn.

Het kost teveel woorden om uit leggen waarom het uiteindelijk werd zoals het is.
Het gezicht kreeg een kleur die geen huidskleur is, schaduwlijntjes met de vorm, maar niet het donkere van schaduw.
Sowieso weinig kleur, steeds meer monochroom. Vlekkerig wit werd steeds witter, hoewel nog steeds wat amateuristisch smoezelig.
Om te bewaken dat het een plat grafisch beeld blijft zette ik een gestempeld wit blokjespatroon over oranjerood geschilderd haar.
Wat hard is moest vervaagd, verzacht, losjes met een bijna droge kwast. Ik vind dat een lekkere beweging.
Steeds iets doen en daarna datzelfde weer ontkennen.
Een dag voordat het af was wist ik ineens een titel: ‘de bovenbuurvrouw’.
Tot dat moment was het een gezicht van een vrouw uit een tijdschrift en nu een mevrouw die er zou kunnen zijn, maar die ik niet ken.
Ik miste letters op het schilderij. Niet losse letters, maar een tekst in een taal naar keuze.
Het werd Italiaans, een taal die ik niet beheers, maar Google translate kwam met ‘il vicino di sopra’ en dat vond ik mooi.
Toen dit eenmaal zo was gestempeld werd mij erop gewezen dat dit eerder iets als ‘De bovenbuurman’ zou kunnen zijn.

Voor mij was dit een welkome vergissing.
Het is een vrouw, nee, het is een man, nee, het is de man van de vrouw, nee, …

Overigens: de eerste die het schilderij ‘af’ zag vroeg zich meteen af of het klaar was of dat er nog iets mee moest. Dat vond ik een groot compliment.

Advertenties

Geen paniek. Het is maar zelfopgelegde dwang: ik mag mezelf niet herhalen.
Al ik iets schrijf of verbeeld, dan moet dat steeds weer iets anders zijn.  Nieuw.  Anders.
Nou en?
Daar wordt ik wel eens moe van. Die drenzende waarom-dat-nou-weer-vraag.

Plus: ik hou bij schrijven van herhaling binnen een tekst.
En: bij beeldend werk gebruik ik graag sjablonen of stempels.
Eigenlijk wil ik steeds hetzelfde doen, maar dan wel alsof het weer nieuw is.  Een eigen zinledig zweepje, zoals je als kind ook alleen op donkere stoeptegels kan willen lopen.

En nu zou ik graag het A4’tje hieronder van 30 november 1974 willen herhalen en dan opnieuw weten welke arbitraire kleurcode ik verzin.
Dat kan dus niet.
Ik mag mezelf namelijk niet herhalen.
Of had ik dat al gezegd.

[ papier (A4), wasco, potlood en twee stempels ]

 

30 november 1974

vaag herinner ik me nog de gedachte
aan de codekleur van mooie getallen

dat herinner ik me vaag maar zeker – heel zeker
net zo zeker als dat ik me ook dit vaag herinner:

ooit schreef ik op die dag ergens demain decembre
maar dat was vast een ander jaar

jacob de bruin,