archiveren

beeld

toeters en bellen [acryl, 30×30]

Advertenties


Tussen oud werk hervond ik ‘In gesprek’ dat ik januari  2014 moet hebben geschilderd. Dit kan ik zo precies dateren, doordat het er op staat, maar ook omdat ik weet waar het is geschilderd en met een vaag idee waartoe.
Het was op een plek waar eenieder diende te werken aan zijn hoogstpersoonlijk herstel van wat dan ook, bijvoorbeeld zweetvoeten, maar dan hinderlijker voor jezelf en jouw omgeving.
Uit baldadigheid probeerde ik niet-therapeutisch te schilderen, maar gewoon iets gewoons op een manier die voor mij ongewoon was.
Ik heb het steeds weer willen wegschilderen. Wit, wit, wit. Weggooien zelfs. Het komt er nog steeds niet van. Met bijna vijf jaar oudere ogen ziet het er klunzig uit. Iets van een veertienjarige die goed zijn best heeft gedaan. De zelfkwelling van ‘Prutswerkje, lekker puh! net goed!’ past me wel.

Laat ik nou net vanmorgen via Facebook een column lezen van Erik Jan Harmens uit Trouw ‘Ik ben verslaafd aan roken, alcohol, en, als ik eerlijk ben, Facebook, Instagram en Twitter’ en laat ik nou net geen Instagram en Twitter doen, maar wel zoals hij onbehoorlijk hoog scoren op verslavingsgevoeligheid.
Alcohol staat ergens weggeparkeerd.
Facebook is niet misselijk prominent aanwezig, tot ergernis van iemand die ‘Zeg ik praat tegen jou!‘ zegt als die tegen me praat.  ‘Ja, ik luister wel.’
De sigaret? Ik durf niet stoppen, maar daarover zeuren is ook zoiets. (Weet je nog ooit in Hongarije: waar koop je hier nou in hemelsnaam sigaretten? Wat moet ik met mijn handen als ik niets doe? Hoe kan ik me zonder in mezelf terugtrekken?)
Het erkennen van een verslaving is altijd stap 1 en ik ben al bijna op de helft.

Maandagochtend

Omdat ook nu het maandagochtend is herinner ik me een niet eerder opgeschreven herinnering aan een bepaalde koude droge maandagochtend.
Het was nog in de tijd dat de buurtsuper niet op zondag open was en ’s ochtends ook niet al te vroeg.
Ik had net mijn fiets gepakt om naar het werk te gaan. Ik deed het hek van het slot en hoorde dat achter de schutting mijn buurman aan kwam lopen.
‘J., heb je misschien een sigaret van mij? Ik zit zonder. Gister laat geworden. Gezellig enzo, maar nu zit ik zonder. Ik ga zo naar de winkel, maar eh….’
‘Natuurlijk, M. Hier heb je er twee, drie? Voor straks nog één.’
‘Nee, één is genoeg hoor, dank je. ‘ 
‘Wil je een vuurtje?’
‘Nee, dank je. Ik wacht nog even hoor. Bedankt, werk ze, hè.’
‘Van hetzelfde, fijne dag.’
Terwijl ik met mijn fiets de weg op draai hoor ik achter mij de aansteker van M., terwijl hij de deur in de schutting sluit.