A Worm Is At Work van Henry Cow met Slapp Happy.
Eigenlijk voornamelijk omdat Dagmar Krause (4-6-1950)  vandaag jarig is en ik van die zangeres houd.
Als je goed je best doet wordt dit nummer een keurige oorwurm, die lekker een tijdje doorzeurt in je kop.
Nee? Nou, bij mij lekker wel. Leve Dagmar!

Elske, Willemke en Klaske

Moeders, dochters; drie generaties van moederskant, geplukt van familiefoto’s. Hierbij een ouder zusje en twee echtgenoten voor vandaag maar even weggeknipt.
Mijn moeder (moeke Elske) en haar moeder (grootmoeke Willemke) zijn een eeuw geleden waarschijnlijk op dezelfde dag gefotografeerd in de achtertuin (Anjelierstraat?). Elske is een jaar of 10 en grootmoeke zo’n 35 jaar, net zo oud als mijn overgrootmoeder Klaske op haar foto zal zijn.
Ik ken een andere foto van moeke, tien jaar later, waar ze naast mijn vader staat. Ze is dan net klaar met de kweekschool, zonder kans op een baan als onderwijzeres in 1933.
Ze is verloofd en wil snel trouwen. Huis uit. Nu.
Liever was ze bibliothecaresse geworden, maar dat was niets voor dochters volgens haar vader, zelf destijds de man van de openbare leeszaal.
Op beide foto’s lacht ze echt, blij met het moment en dat doet me deugd. Ik herinner me dat ze later vaak lachte alsof.

Vóór die van overgrootmoeder Klaske ken ik geen foto’s van eerdere moeders.
Wel namen en datums bij dochters en moeders in akten van de burgerlijke stand of doop- en trouwboeken van de kerk.

Een moederstamreeks.
Dit lijstje weet ik nu: Elske Braaksma (*1913) dochter van Willemke Steenstra (*1887) dochter van Klaske Johannes Fokstra (*1860) van Tjitske Cornelis Rappée (*1831) van Klaaske Baukes Bijl (*1800) van Tjitske Sjoerds (*1759), dochter van ene Antje Jans. Die laatste heeft een in die tijd zeer algemene naam; misschien is het die ene Antje Jans uit 1726, dochter van Jeltje Allerts, dochter van weer een eerdere Antje. Namen, namen.

Allemaal zijn ze geboren in Leeuwarden en bijna allemaal wonen ze in straatjes nabij ’t Vliet, net buiten de oude stad. Sloppen. Steegjes. Rug-aan-rug-woningen. Arbeidersmeisjes, die met arbeidersjongens trouwen en arbeidersdochters krijgen. Bij trouwen, baren of sterven schrijft een man in een register of akte dat ze huisvrouw zijn of geen betrekking hebben, helemaal niks dus. Soms staat er bij een huwelijk nog even ‘arbeidster’ of ‘breister’.
De hier weggelaten mannen hadden weer wél benoemd werk: scheepstimmerman, klompenmaker, pakhuisknecht, turfdrager, gardenier, voerman, soldaat of gewoon simpelweg arbeider, dus algemeen inzetbare goedkope spierkracht.

Betaald werk van de vrouwen werd verzwegen, misschien stopte dat bij hun huwelijk, maar ik kan me zo moeilijk voorstellen dat ze zich dit konden veroorloven.
Moeders hebben banen tegenwoordig.

Van letters houd ik.
Woorden ook, ik houd best wel van woorden. Verhalen soms.
En papier.
Bedrukt papier, warm, hoe het ruikt.
Een boek in de zon.

Nu het een gedoe is om boeken te kopen of om aan je bibliotheekboeken te komen grijp ik terug op de eigen boekenkast.
Ik houd bijvoorbeeld van bijna alles van Armando en herlees steeds maar weer zijn ultrakorte verhalen in de bundel ‘Ter plekke’. Hoe korter, hoe liever.
Ze blijven spannend, soms lijkt het net alsof ik dan ineens snap hoe je zou kunnen schrijven.
Nee hoor, niets daarvan.

Het verhaal ‘Stop’ gaat verder op de volgende bladzijde en ik ben vergeten hoe. Vaak draait het uit op iets als ‘Eigenlijk kan het mij ook niks schelen.’ Ik herinner me wel dat dit verhaal nog zo’n 10 regels verder gaat. Heb je daar wat aan?

Misschien niet.

Maar eigenlijk heb ik altijd een keer ‘Stop’ willen schrijven.

Een foto uit de Beeldbank van het Historisch Centrum Leeuwarden: twee kinderen in een openstaand hek, die onder prikkeldraad door kruipen.
Achter dat hek is niks.

Ik was er niet bij, maar herken de exacte plek en ongeveer de tijd.
Het is maart 1954, Beethovenplantsoen, Leeuwarden, ik ben nog geen jaar oud en woon in één van de zes huisjes van het rijtje op deze foto. Rechts net buiten beeld.
De speeltuin van speeltuinvereniging ‘Het Westen’ zal later dit jaar worden geopend.
De draaimolen, zweefmolen en schommels zijn op deze foto nog niet geplaatst.
Er groeit straks een dichte ligusterheg rondom de speeltuin, die je daardoor niet ziet vanaf de straat. Hiervoor komt een ondoordringbare strook stekelstruiken. Je moet een penning hebben om door het hek te mogen.
Maar nu nog niet, want er is nog geen speeltuin.
De nog-niet-speeltuin is verboden terrein achter prikkeldraad.
Leuk!

De onhandigheid, later, waarmee ik mezelf aan zulk prikkeldraad openhaal. Beetje pijn. Beetje bloed. Niks aan de hand, moeke.

Ineens geen winter meer.
De vetbollen lopen uit.
Apeldoornse volkswijsheid: voordat de vetbollen bloeien moet je alles snoeien.
Dus zo gezegd zo gedaan.
’s Avonds de eerste vleermuis verwelkomd.

Verwarring.
Gaat de tijd nou snel of ik langzaam?
Of andersom.
Of?

we vergeten veel
we bespreken het andere
we zitten dagenlang aan rare tafels

we zijn contactpersonen
we kennen elkaar al heel erg lang
we zijn niets zonder onze stem en stilte

we vergeten nog meer
we zwijgen om niet te verzwijgen
we spreken over wat niemand aangaat

vandaag bijvoorbeeld zullen we heel precies uitgummen

De opdracht (cursusje) eergister was: “Schrijf op dit A4’tje in potlood de drie gedachten die je nu denkt” (Je denkt er meestal 100).
Dit gedaan en afgewacht.
Vervolgopdracht: “Wis die tekst uit met wasco. Zwart.”
Dit gedaan en me verbaasd over hoe verschillend anderen hun tekst hadden uitgewist. Ik had immers de enig denkbare methode toegepast. Uitwissen van tekst vertelt misschien iets over de oorspronkelijke inhoud. (Razend, stevig aangezet zwart / bescheiden maar inzwart precies vierkant blokje / artistiekerig, losjes gekrabbel (ik).)

Overigens, hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet meer welke gedachten ik dacht en opschreef. Dit bevalt me niet, hoewel die gedachten niet van belang waren. Was uiteindelijk iets met emoties of zo iets.

Wel weet ik drie gedachten van gistermiddag, misschien omdat ik ze opschreef en niet weggepoetst heb.
1. De kapster heeft haar haar nog donkerder geverfd, denk ik, maar ik weet het niet zeker.
2. Dit kappersbezoek is een euro duurder dan het vorige, denk ik, maar ook dit weet ik niet zeker.
3. Een gedachte bij elke knipbeurt: ik word akelig kaal, waar vroeger mijn kruin was. Dit is zeker. Helpt geen wasco aan.
Maar ik vergeet het wel steeds, totdat de kapster weer met die spiegel achter me staat met dat “goed zo, achter ook?”

.