Zwarte hond

Zwarte hond
Acryl 40×50

 

Wat ingredienten voor ‘Zwarte hond’.

Advertenties

Hij wil een verhaal vertellen en ik vraag hem of het ergens over gaat.
Dat ergert hem.
‘Waarom wil je altijd dat een verhaal een clou heeft. Dat het ergens over gaat.’
Het antwoord, dat ik zoiets gewoon leuker vind, bevalt hem niet.
Op de vraag: ‘Als het nergens over gaat, waarom vertel je het dan of schrijf je het op?’ antwoord hij niet direct en kijkt even naar een plafond in een denkbeeldige kamer.

‘Ik denk dat ik het weet.
Uit angst dat straks iets niet is gebeurd leg ik vast wat er gebeurt, maar er gebeurt eigenlijk niets.
Het heelal is saai.
Ik weet bijvoorbeeld een verhaal met Melvin, dat gaat over Melvin en ik weet niets van Melvin.’

Dit verhaal.

‘Nu een verhaal over iemand die bestaat.
Hij heet hier Melvin en misschien is dat ook zijn echte naam.
Het is een slanke man met drukke gebaren. Caribisch, rasta haar, rasta muts, slobberige kleren, felgekleurd maar verwassen, waarschijnlijk dikke kettingen, ringen, één gouden boventand. Zo iets dergelijks.

Wanneer?
Melvin is zojuist zeer geraakt is door het overlijden van Mandela. Toen dus.
Hij vraagt of ik weet wie Mandela is. Ik weet het.
En dat hij overleden is. Ook.
Verdrietig, hè. Ja.

En behoorlijk de weg kwijt, die Melvin. Tegenwoordig heet zo iemand een verward persoon.
Toen ook al? Vast wel, maar zo gek als een deur, zou ik destijds waarschijnlijk hebben gezegd.

Hij heeft een grote, brede mond, waarmee hij schaterlacht, de hele dag en luidkeels, en tussendoor praat hij. Nee, hij orakelt.
Behalve zonet over Mandela.

Zijn taal dan. Hij vertelde net nog dat hij zeven talen spreekt.
Naadloos mengt hij woorden en zinnen Nederlands, Spaans, Papiamentu, Sranang,  Engels, Frans en zelfs Duits tot zijn eigen tongentaal.
Af en toe een oase van begrip. Drie, vier zinnen en dan gaat hij weer met grote passen diagonaal door zijn hoofd.

Nu gaat het weer over dat boek. Hij heeft een boek en niet zomaar een boek. Een toverboek. Een wonder.
Elke avond pakt hij het, slaat het willekeurig ergens open en leest iets wat er gister nog niet stond.
Dan volgt voor ons de volgende ochtend het verslag.
Telkens weer hetzelfde verhaal. Koning Salomo, twee vrouwen, dat kind en was het nou een mes of een zwaard.

Bij de wekelijkse cursus punniken begint hij mij te irriteren. Hij vult de hele kamer met drukte. Doet niks en loopt maar heen en weer en praat en praat en praat.
“Hou nou eens je kop, Melvin,” zeg ik en hij kijkt mij aan, dreigend met veel oogwit en kijk een andere kant uit.
Kwartier later. “Sorry, ik was saggerijnig,” zeg ik. Hij is het al weer vergeten. Hi five.

Af en toe krijgt hij bezoek van een vrouw. Slonzig, wat ouder dan hij, blank, halflang, grauwblond, vettig piekhaar, gezet en/of zwanger.
Soms neemt zij een peuter mee en denk ik even dat ze zijn vrouw is.
Zij moedert stuurs over Melvin. Schoonmoeder?
Ik probeer me Melvin als papa van een kind voor te stellen. Dat kind.

Nu zie ik Melvin laat in de middag zitten in de zon op een glascontainer bij het winkelcentrum met een paar hem strikt verboden blikjes bier.
Hij zwaait en roept iets onverstaanbaars.
Misschien mijn naam.
Ik hoop dat hij mijn naam kent.
Ik zwaai.

Ik ben geen matennaaier, ik zal niets zeggen.
En daarom noem ik hem hier Melvin.’

Hij heeft zijn verhaal verteld.
‘Ziezo,’ zegt hij. ‘Klaar. Mag ik nou dood?’
Ik zeg hem dat hij nog niet dood mag.
Ik heb ze geteld: een verhaal van 443 woorden. Nee.
Dat moet hij eerst nog inkorten tot 100. Met een clou.

Hij zucht en loopt de spreekkamer uit.

 

Armando

Armando

Ja.
Er is een boek.

De kamer is klaar voor de leesclub, want dit is de woensdagavond van Doosjes, Uilenveder en Zijzwaard. Uilenveder leest vandaag voor. De anderen kijken de kamer rond en luisteren.
Een verhaal.

Mening

Hij had geen mening, geen eigen mening. Natuurlijk niet, hij was nog jong.
Maar ook toen hij ouder werd had hij nog geen mening. Hij las veel en merkte dat veel schrijvers precies wisten hoe de vork in de steel zat.
Hij niet.
Hij spande zich in om een eigen mening te hebben, maar het wilde niet lukken. Is een leven zonder mening waard om geleefd te worden? Natuurlijk niet. Dientengevolge vond hij zich een waardeloos iemand.
Vond iedereen hem een waardeloos iemand? Bij navraag bleek dat ie niet eens waargenomen was.

Dit was het verhaal. Armando, dus. Uilenveder kijkt op van het boek.  ‘En?’, vraagt hij.
Doosjes zwijgt en wacht af.  Hij beaamt graag.
Zijzwaard niet:  ‘Nee, het is “dat ie niet eens wás waargenomen” en niet “dat ie niet eens waargenomen wás“.’
Een mening.

Vervolgens worden stellingen betrokken. Er wordt gelijk gehaald.
Doosjes knikt instemmend

*

Later is de kamer leeg en klinkt nog een verhaal.

Gewoonte

‘Wat zeg je?’
Er kwam geen antwoord, want er was niemand die antwoord kon geven. Waarom zei ie dan ’wat zeg je’? Ja, waarom eigenlijk. Misschien uit gewoonte.

En nog een derde verhaal, omdat er niet echt een reden is.
Blij toe dat het korte verhalen zijn.

Nutteloos

Hij leefde nog, dag en nacht. Ondertussen deed hij wanhopige pogingen om schilderijen te maken, nutteloze schilderijen welteverstaan. Hij was de enige die ze goed vond, hij vond ze zelfs uitstekend, maar hij hield gelukkig niet van ze.
Wanneer gaat ie nou es dood.

Het zijn verhalen. Ik benadruk maar even dat het verhalen zijn.

 

Te laat

We zijn te laat,
we hebben gedanst, hadden we niet moeten doen,
we zijn wanhopig geweest, niet goed,

we hebben reusachtige lasten op onze schouders genomen,
we hadden moeten vragen: waarom zijn deze lasten niet licht,
we hadden moeten denken: dit is verkeerd,

we hebben over liefde gesproken in zorgvuldig gekozen bewoordingen,
zorgvuldig??
durven we dát woord in de mond te nemen?
liefde,
en dan zorgvuldig?

we hebben verontschuldigingen gezocht,
ons koninkrijk hebben wij willen geven voor een verontschuldiging –
we zijn te laat,

we moeten onszelf maar niet vergeven,
laten we dat maar niet doen,
nee.

Toon Tellegen

Toon Tellegen

Kort, dus.
Ze leest graag korte verhalen.
Op haar nachtkastje ligt altijd wel zo’n boek vol korte verhalen, behalve als ze net in bed ligt en in dat boek leest totdat ze het licht uitdoet.
Daarna slaapt ze.

Ze droomt nooit.

Ze houdt het meest van één bepaalde schrijver.
Door hem wordt ze graag verbaasd of, nog liever, verontrust.
De schrijver schept hier duidelijk plezier in en schrijft zo, dat zij zich voorstelt, dat hij haar voorleest met een vaderlijke stem.
Soms schrijft hij laconiek dat het hem allemaal niks kan schelen.
Stiekem gelooft ze dat dan niet.
Een stilzwijgende afspraak.

De schrijver is tegenwoordig bejaard en hij is trouwens ook wel eens jong geweest, maar toen schreef hij anders.
Ik heb hem al langere tijd niet gezien. Leeft hij eigenlijk nog?
Wat doet dat er eigenlijk toe?
Nee. Ja, hij leeft nog. Waarschijnlijk is dat voor hem en voor mij van belang.
Ik bedenk hier dat het voor haar ook zo is.

En voor u? Het kan u waarschijnlijk niets schelen en dat is mijn schuld.

Ze las eens een boek van ongeveer 120 pagina’s en was erg tevreden over hoe deze waren volgeschreven.
Een bundeltje bondige taal met ingehouden hupjes. Echt zijn stijl, zijn woordkeus. Vond zij.
En natuurlijk ging het ergens over. En meestal was een verhaal af binnen een bladzijde, want zo hoorde het ook.
En toch, ergens, halverwege een verhaal stond  het woord ‘klompendans’. Raar, vond ze.
Het was net of de schrijver iets olijks wilde schrijven en dat paste haar niet.
Ze las het verhaal nog een paar keer opnieuw, maar telkens stond er ‘klompendans’.
Misnoegd begon ze aan de rest van de verhalen en gelukkig kwam de vaderlijke stem van de schrijver weer terug met écht zijn stijl en zijn hoogst persoonlijke woordkeus.
Ze viel in weer in zo’n droomloze slaap.

Dit was een aantal jaren geleden en nu ligt op haar nachtkastje van dezelfde schrijver een verzamelbundel, met daarin opgenomen alle eerdere verhalenbundels.
Hier kan ze weken mee vooruit, want ze leest elke dag een stuk of tien bladzijden en dan zijn haar ogen moe.
De verhalen lijken nieuw voor haar, terwijl ze toch alle bundels eerder had geleend en gelezen.
Vers, met verbazing, verontrusting en de vaderstem.
Behalve dan toch weer het verhaal van de’klompendans’.
Nog steeds snapt ze het niet, waarom nou dat rotwoord.
Waarom nou grappig doen?
Iemand had geen klompen en anders had deze uit verveling wel een  ‘klompendans’ gedaan. Bah.
Van alle verhalen van haar favoriete schrijver was dat het enige verhaal dat haar bij was gebleven.

Ik zeg nou zomaar opeens, dat dit alles niet de schuld is van de schrijver.

Trouwens, waarom denk je nou dat dit een jonge vrouw is, die lezeres?
Dat heb ik nergens geschreven.
Nou dan.

Ach, waar bemoeien we ons eigenlijk mee.

klompendans gelderse boerenbruiloft

klompendans gelderse boerenbruiloft