Muziek, waarvan het mij niet duidelijk wordt waardoor het met me doet wat het doet. Ik heb er geen verstand van.

Lindsay Cooper (3/3/1951 – 18/9/2013)

AS SHE BREATHES

As she breaths
Family dissolves
Loved ones are revealed
Bare face, flesh and hands
Blood cycles pulsate there

As she breaths
Working through a day
Aches and paines are revealed
Bare feet, hands and bones
Love  cycles beckon there

As she breaths
Old dreams fall away
New ones are revealed
Bare face, hands and soul
Life cycles moving there

Of dit:

SAVANNAH

https://youtu.be/9Qsr83kDYYI

Zwijmelen bij Robert Wyatt? Dat  moet dan maar.
Het kan nog net: ‘Moon in June’, al is de maan niet meer vol, het is nog juni en er is nog een maan. Voor mijn part is het weer 1968.
Ik ken dit hele nummer uit mijn hoofd.
Alle maten, maar niet per se in de juiste volgorde. Alle tekst, akkoorden, bliepjes en ander geluid. Van alles wat ik wel hoor, maar waarvoor ik geen naam heb. Ik weet niet veel van muziek.

Dit is de uitvoering van het album Third van Soft Machine. Robert Wyatt zingt.
Er bestaan ook totaal andere versies.
Die uit het radioprogramma Top Gear heeft een tekst met grapjes en ik heb geen zin in lucht en grapjes.

A Worm Is At Work van Henry Cow met Slapp Happy.
Eigenlijk voornamelijk omdat Dagmar Krause (4-6-1950)  vandaag jarig is en ik van die zangeres houd.
Als je goed je best doet wordt dit nummer een keurige oorwurm, die lekker een tijdje doorzeurt in je kop.
Nee? Nou, bij mij lekker wel. Leve Dagmar!

Elske, Willemke en Klaske

Moeders, dochters; drie generaties van moederskant, geplukt van familiefoto’s. Hierbij een ouder zusje en twee echtgenoten voor vandaag maar even weggeknipt.
Mijn moeder (moeke Elske) en haar moeder (grootmoeke Willemke) zijn een eeuw geleden waarschijnlijk op dezelfde dag gefotografeerd in de achtertuin (Anjelierstraat?). Elske is een jaar of 10 en grootmoeke zo’n 35 jaar, net zo oud als mijn overgrootmoeder Klaske op haar foto zal zijn.
Ik ken een andere foto van moeke, tien jaar later, waar ze naast mijn vader staat. Ze is dan net klaar met de kweekschool, zonder kans op een baan als onderwijzeres in 1933.
Ze is verloofd en wil snel trouwen. Huis uit. Nu.
Liever was ze bibliothecaresse geworden, maar dat was niets voor dochters volgens haar vader, zelf destijds de man van de openbare leeszaal.
Op beide foto’s lacht ze echt, blij met het moment en dat doet me deugd. Ik herinner me dat ze later vaak lachte alsof.

Vóór die van overgrootmoeder Klaske ken ik geen foto’s van eerdere moeders.
Wel namen en datums bij dochters en moeders in akten van de burgerlijke stand of doop- en trouwboeken van de kerk.

Een moederstamreeks.
Dit lijstje weet ik nu: Elske Braaksma (*1913) dochter van Willemke Steenstra (*1887) dochter van Klaske Johannes Fokstra (*1860) van Tjitske Cornelis Rappée (*1831) van Klaaske Baukes Bijl (*1800) van Tjitske Sjoerds (*1759), dochter van ene Antje Jans. Die laatste heeft een in die tijd zeer algemene naam; misschien is het die ene Antje Jans uit 1726, dochter van Jeltje Allerts, dochter van weer een eerdere Antje. Namen, namen.

Allemaal zijn ze geboren in Leeuwarden en bijna allemaal wonen ze in straatjes nabij ’t Vliet, net buiten de oude stad. Sloppen. Steegjes. Rug-aan-rug-woningen. Arbeidersmeisjes, die met arbeidersjongens trouwen en arbeidersdochters krijgen. Bij trouwen, baren of sterven schrijft een man in een register of akte dat ze huisvrouw zijn of geen betrekking hebben, helemaal niks dus. Soms staat er bij een huwelijk nog even ‘arbeidster’ of ‘breister’.
De hier weggelaten mannen hadden weer wél benoemd werk: scheepstimmerman, klompenmaker, pakhuisknecht, turfdrager, gardenier, voerman, soldaat of gewoon simpelweg arbeider, dus algemeen inzetbare goedkope spierkracht.

Betaald werk van de vrouwen werd verzwegen, misschien stopte dat bij hun huwelijk, maar ik kan me zo moeilijk voorstellen dat ze zich dit konden veroorloven.
Moeders hebben banen tegenwoordig.

Van letters houd ik.
Woorden ook, ik houd best wel van woorden. Verhalen soms.
En papier.
Bedrukt papier, warm, hoe het ruikt.
Een boek in de zon.

Nu het een gedoe is om boeken te kopen of om aan je bibliotheekboeken te komen grijp ik terug op de eigen boekenkast.
Ik houd bijvoorbeeld van bijna alles van Armando en herlees steeds maar weer zijn ultrakorte verhalen in de bundel ‘Ter plekke’. Hoe korter, hoe liever.
Ze blijven spannend, soms lijkt het net alsof ik dan ineens snap hoe je zou kunnen schrijven.
Nee hoor, niets daarvan.

Het verhaal ‘Stop’ gaat verder op de volgende bladzijde en ik ben vergeten hoe. Vaak draait het uit op iets als ‘Eigenlijk kan het mij ook niks schelen.’ Ik herinner me wel dat dit verhaal nog zo’n 10 regels verder gaat. Heb je daar wat aan?

Misschien niet.

Maar eigenlijk heb ik altijd een keer ‘Stop’ willen schrijven.