ongemerkt went het
hoewel het volgens afspraak
nooit zou wennen

doodgewoon hoe
op tv terloops
die drie-kus plus
dat alsnog omhelzen
rare slapstick werd

strikt volgens script en na montage
stoutmoedig samen kunnen slenteren
langs een opgenomen eergister

tot aan vandaag
als elkaars paria
met belofte en twijfel
aan die overmorgen die
ongetwijfeld tegenvalt

komt goed
komt goed nee
het komt niet goed

Het begon er deze zaterdagochtend mee, dat ik moest erkennen een vervelende oude man te zijn.
Dat ik er iets van zei.
Dat die andere, net zo vervelend en oude man met zijn vingers aan de losse broodjes zat in plaats van met de gevraagde tang.
Een viespeuk dus, maar waar bemoei ik me mee.
Gewoon pure knorrigheid.

Maar vanmiddag draaide de vlag.
Maar weer eens naar de bieb voor boekjes, met mandje en ontsmette handen.
Als laatste toch nog even naar de poëziehoek, bij de S.
‘Garderobe, kleine zaal’ van K. Schippers gepakt en deze ook als laatste gescand.
Het boekje moest via de balie worden uitgeleend en, net als voor de coronasluiting bij dat boekje van Telligen, bleek ‘het object’ te zijn afgevoerd en per ongeluk weer in de kast gezet. Ik moest het bundeltje gratis meenemen en de bibliotheekjuffrouw wou het nooit meer terugzien.

Het gemoed van een winkeldief, het plezier om het cadeautje en nog zo wat gedachten.
Mijn kast wordt te vol, dat ook.

Op blz. 57 begint een tekst: ‘Ph. M. kunsthistorisch verklaard’ en ik weet dat dit over Philip Mechanicus gaat, zodat het echt in mijn boekenkast past.

(deze tekst gaat door tot blz. 60)

Eén of andere sentimental fool kreeg een fotootje uit Leiden: Jin en Miya, niet geposeerd. Écht broer en zus.
Dit omgefrommeld tot een plaatje dat mijn plaatje is dat ik durf delen.
Ergens bestaat de gedachte dat zo’n beeld genoeg is.
Nou ja zeg.

liefst schreef ik jou
niet mezelf

zwarte hond niet
kop laag nee
niks bloedogen
gele tanden

liever schreef ik jou
waar ik mezelf schrijf

dan schreef ik ‘liefste’
wiste ik dat weer
en zelfs dat
zelfs dat

bij Teuge

De fiets.
Samen het rondje gedaan over Teuge, Twello, Wilp-Achterhoek, De Kar, et cetera en weer naar huis.
Één foto gemaakt vlakbij Teuge.
Op de horizon het vliegveldje
In het kale landschap bij de buitenbocht van een slootje de weerspiegeling van één boom met pril groen.
We zitten op een bankje en kijken via de lompe staalprofielen van een duiker over de sloot. Niet omdat het mooi is. Niet omdat het lelijk is. Misschien wel vanzelfsprekend. Welkom.
Toch nog wel één à twee natuurietsen gezien. (Opgemerkt, geen foto.) Met name de mandarijneend. Carnavalsfiguur.
Die maakte de eerder geziene vlaamse gaai saai.

En bij het slootje veel zwarte vliegen. Welke? Je hoeft niet alles te weten.