Ceci n’est pas une bouteille. 
Groen glas met prachtig parelmoer uit Alphen aan der Rijn, gevonden in de rivierklei, die na het werk van archeologen langs de N11 werd gedumpt tijdens de bouw van een nieuw centrum. Het lag tussen veel oudere flintertjes Romeins terra sigillata, een paar brokjes Pingsdorf aardewerk, houtskool, misschien van het gebrandschatte castellum en botten, botten, meer botten en botjes.

Elke dag is het 5 jaar later dan dezelfde dag 5 jaar eerder, dus ook vandaag, maar dan anders.
Ik draai er omheen en kan er niet omheen: ik weet, denk, herinner.

Dan begin ik maar met die afbeelding hierboven.
Dat was ooit een constructie, een zelfbedachte gedachte, zo’n halve waarheid..
Die fles in de hand zal een paar eeuwen oud zijn. De foto is uit 2005. Ik sneed er randjes af en loog alles bij elkaar tot een niet al te best gedichtje.
Buiten beeld had je kunnen zien dat de fles onderaan aan gruzelementen was; typisch iets om verzwijgen. Een kapotgeslagen fles voor een smerig kroeggevecht.
Er liggen ergens in huis ook nog wat scherven van de ziel van een wijnfles uit dezelfde klei, zelfde tijd, hetzelfde groen met net zo’n glans, zelfde drama-kitsch.

Dus? Maar? En? Draaipraatjes.
Terzake?

Ik kon niet stoppen. Ik vertel het niet graag. Men zegt dat het een ziekte is, maar dan ingewikkeld. Stukje aanleg. Wat omstandigheden. De gelegenheid. Rem kapot.
Het ging met mij beroerd, het was beschamend, destructief en vijf jaar geleden was het uiteindelijk ook voor mij genoeg, tijdens mijn zwarte moment van allerdiepste walging over mezelf.

En nog steeds is het genoeg geweest.
Altijd weer alleen voor vandaag en morgen wordt vanzelf een nieuw vandaag, dus ook dan weer.

Geen domineesverhaal hier, geen getuigenis van iemand die het licht heeft gezien, maar ook geen donkere of lollige dronkemansromantiek. Alcohol en ik hadden een slecht huwelijk na een stormachtige verkering van veel te lang en het is over.

Natuurlijk is het niet over, al  herken ik soms zo’n geluksgevoel, oprechte empathie of een beetje bijna trots. Verbaasd. Heel voorzichtig. Niet overdrijven.
Ik zie het spoor van mijn modderpoten op het vloerkleed en ik ben gelukkig nog altijd diezelfde stomme <vul in naar keuze>, die laffe <idem, maar dan erger>, met die ergerlijke neiging tot zelfhaat en depressie of weer zo’n  klunzige impuls.
Ik, ik, ik, …, zie je wel?
Maar dan wel een ik van mezelf. Met stinkend geluk. Verbijsterd over echt bestaande mensen, zonder wie hij zich geen vandaag kan voorstellen. Hun geduld, hun vertrouwen, op zijn minst hun wil daartoe.

Ik wil hierover niet alles schrijven. Maar het bestaat.
Het mag geen plaatje, gedichtje of verhaal worden.
Met kromme tenen toch dit stukje getypt. Duizend-en-een woorden gewist, 468 laten staan.
Dat was het dan.
Een impuls, hè.

*

Kleine stapjes, met veel muziek, bijvoorbeeld [Michel Banabila – Little Steps]

Advertenties

Dit is een gebouw. Er zijn mensen, muren, woorden en vast nog veel meer.
Ergens in dit gebouw is een affiche met cellotape sellotape op de muur geplakt. Iemand heeft een tekst geschreven en er een plaatje aan toegevoegd, dat ik me niet kan herinneren. Dit alles zorgvuldig afgedrukt en netjes opgeplakt op diverse muren verspreid door het gebouw..

De boodschap is dat je in een coachcafé (coach?, café?) contact kan opnemen met een coach (coach?) en dat is mooi. Dat moet wel mooi zijn, maar waarvoor zou je contact opnemen met een coach (coach?)?
De suggestie is dat je zou kunnen willen werken aan:
[…] zorg-, hulp- of ontwikkelpunten […]

Er staat ook een lijstje bij met de namen van de coaches (coaches?). Deze vormen dan weer samen de coachpool (pool?) voor het coachcafé (café?).
Wat is nou weer een coach (coach?) voor zorgpunten of voor hulppunten? Geef je zo iemand een hand, een drie-kus of alleen een welwillende blik?

dit zijn twee bewerkte taartpunten

Ik heb alleen maar één puntpunt: ik heb last van woorden in combinatie met mensen en denk aan nu ineens aan slagroom-, mokka- of statistische taartpunten.
Toch heeft iemand heeft een tekst geschreven, afgedrukt, verspreid, opgeplakt en ik kan me dat plaatje nog steeds niet herinneren, vermoedelijk gaat het om mensen met een zorgelijke lichaamshouding.

Nou dat weer: spellingscontrole geeft geen krimp bij zorgpunten en hulppunten, maar puntpunten zijn haram!
Ik snap echt helemaal niets (niets?).

Coach (coach?)!

Nu als roodborstje kwam de oude man maar weer eens op bezoek bij X en Y, zijn twee onbekenden.
Hij was al meer dan een jaar dood en erg nieuwsgierig: hoe gaat het met de akelei, de kamperfoelie, met de vijver?
Er was vast wel iets gebeurd, wat dacht je dan?

Bijvoorbeeld X, die omzichtig en vol bewondering de pen en gat verbindingen van het schuurtje sloopt met schroevendraaier, zaag en moker.
Die van deuren scharnieren en grendels verwijdert en deze niet meer kan openen of sluiten. Dit ook niet wil.
Mogelijk was er nooit een schuur, geen dak, geen deur en blijkt X een twijfelgeval.

Maar dan Y, die van elke muur een raam maakt met het gemak van een sloopkogel.
Er is ineens veel woestenij om iets te doen gebeuren.
Het roodborstje vond er nog niet veel aan. Het was wel gezellig bij die twee, dat wel.

Ondertussen spit X de tuin om en hoopt dat de oude man er nooit een hond begroef.

.

Afscheidsconcert Pugh's Place (10-10-1971) - Hans Kerkhoven

Afscheidsconcert Pugh’s Place (10-10-1971) – Hans Kerkhoven

.

Als ik goed mijn best doe, ga ik me herinneren, dat ik erbij was op 10 oktober 1971 in de oude Harmonie in Leeuwarden. Het afscheidsconcert van Pugh’s Place, dus. Ja? Nee?

Ik herinner het mij nog niet helemaal, dus ga ik beter mijn best doen.
Natuurlijk was ik erbij.
Ik was immers bij alle 12 Pow-Wow’s, minifestivals op zondagmiddag in de oude Harmonie in Leeuwarden.
Geloof ik.

De beweegbare vloer van de zaal van de oude Harmonie in Leeuwarden was voor deze zondag tot horizontaal dansbaar gevijzeld, stoelen eruit, stoffige vloer aangeveegd, het publiek heeft snel wat papier en plastic bakjes gestrooid, er zijn kartonnen bekertjes, er liggen platgetrapte peuken. Denk ik.

En ik herinner me Pugh’s Place natuurlijk, onze Leeuwarder trots: de band, die maar niet door wilde breken. Eigenlijk weet ik alleen nog iets van de gitaar van Hans Kerkhoven en de vibrafoon van Nanne Kalma. En de Hammond, dat ding met een draaidende speaker bovenop. Dwarsfluit, was ik bijna vergeten. Lichtorgeltje.

Maar toch?
Nee hoor, ik was er bij, weet je wel?

Ik herinner me bijvoorbeeld heel precies: Ferre Grignard, CCC Inc, Michael Chapman, Kevin Ayers and The Whole World, Crazy World of Arthur Brown, Jackson Browne (die dus niet kwam), Solution, Supersister, de dansers van Bewth, die prachtige lichtshow van hoe heetten ze ook al weer – je weet wel – ja die, de aanstekelijk direct op de filmstrook getekende filmpjes van Norman McLaren en alles wat ik allemaal vergeten ben: dat weet ik nog.
En Hare Krishna,  wierook. tijgerbalsem, Afghaanse jassen.

Belangrijk: er waren meisjes. Die waren vaak vrolijk of juist niet en ze hadden zich mooi gemaakt.
Ikzelf droeg het zwarte pothoedje van Beppe, uitgedeukt, lint afgescheurd. Hier heb ik een gedachte bij gehad.
Of anders was het die door mezelf gehaakte haarband.
Hoedje kwijt, misschien.

En Pugh’s Place op het hoofdpodium? Geen idee. Zal wel. Youtube zegt het.

.

.

Nothing Is Real Here vond ik toen leuker. Dat nummer had toch wel bijna de top 40 gehaald, herinner ik me. Het  is wel een beetje drakerige prog, toch?

.

.

Wandelgang:
[…] CAO-paragraaf […]

Op straat, vlak bij de Albert Heijn:
[…] heb je dat dan niet gevraagd […]

Stoplicht Deventerstraat/Stationsstraat:
[…] ja met mij – ik bel je even – luister – ik moet je iets vertellen – heel erg – ik ben naar de schoenwinkel gegaan en heb twee paar gekocht […] nee écht, twee [..] nee – ik ga nu naar huis [..]

en toen ben ik de rest vergeten, terwijl ik oprecht van plan was onderweg van alles te onthouden.

zo zijn er bijvoorbeeld geen regels

en/of er zijn wel regels
en/of witregels
en/of niks nada en/of
er is tóch een regel

ieder gedicht moet
anders zijn dan
alle andere behalve
die twee

volmaakt identieke
gedichten die zich
door hun overeenkomst
onderscheiden van de rest

en is dat nou zo moeilijk?

Lectori salutem