[ voor A., B., C., enzovoorts tot en met Z. ]

Deze tekst bestaat uit twee herinneringen.
Gedicht doen?
Nee.
Te particulier, te veel ongeduld, haast.

Delft 1974.
Met een groep bouwkundestudenten kijk ik naar een scherm waarop een dia wordt geprojecteerd van een postmodern interieur.
Het heeft te maken met Charles Jenks, adhocisme. Google maar.

Preciezer: het gaat om de pilaar (klassiek, Dorisch als ik het me goed herinner), die een balk ondersteunt, maar daarvoor net te kort is.
Daarom is deze boven het kapiteel verlengd met een korte slanke stalen kolom.

De docent (Michiel Polak) legt iets uit over de ironie, met het droeve van een grap die wordt uitgelegd.
Een spiksplinternieuwe, historiserende, robuuste drager, die met hedendaagse technologie net zo goed rank had kunnen zijn.
Michiel vraagt respons uit de groep en wijst naar mij of noemt mijn naam en ik zeg iets.

De kolom is hier bevrijd van zijn opdracht de constructie overeind te houden en mag nu gewoon zichzelf zijn.
Zoiets zeg ik, maar dan beter verwoord.
Er komt vast het woord individu in voor, misschien wel zelfbeschikking.
Michiel vindt het treffend verwoord en wil het nog eens herhalen, maar weet de exacte woorden niet meer en vraagt mij te herhalen wat ik net daarvoor heb gezegd.

Op dit moment ontdek ik dat de zin, die ook in de voorgaande alinea niet is uitgeschreven, uit mijn geheugen is weggegumd en ook niemand anders kan zich de tekst exact herinneren.
Een stukje verleden tijd bestaat wel, vol betekenis, maar ontbreekt in taal.
Is dit echt gebeurd?

gebouw van bouwkunde na de brand

gebouw van bouwkunde na de brand

Het andere gaat over liefde en ik ga nu schrijven dat het niet over mezelf gaat. Daar hecht ik aan.
Ik bedenk, dat het over een vrouw moet gaan.
Deze vrouw voelt zich doordrenkt met verliefdheid voor die ene, die ene andere.
Ze weet in een flits van een nieuwe plek achter / boven / binnen in haar neus en van de kruidnagelachtige, zwaarzomerbloemige geur van dat moment. De duizeling, die een dag zal aanhouden.

Op dat moment weet ze ook dé woorden te vinden voor dit iets op dit moment.
Zij spreekt ze niet uit en zal die woorden later nooit meer kunnen herhalen, omdat ze alleen hier en op dit ene moment betekenis hebben.

Een blanco pagina met een gevoel.
Het moet echt gebeurd zijn, maar de tekst is weg.

Hiervan ga ik geen leesbaar gedicht maken en ik heb ook geen idee waarom ik dat zou willen.
Ik zeg niets, ik schrijf maar wat op.
Voor mezelf.
Eng.
Voor de schrijvende aan de lezende ik, ben ik bang.
Omdat ik graag elke woordloze herinnering wil kunnen verwoorden.
Net doen alsof een herinnering echt heeft plaatsgevonden.
Nog steeds bestaat.

Een echte schrijver schrijft voor zijn publiek. Ja ja.

[kamer, tafel, verhuisdoos, tweede persoon]

K.Schippers - verplaatste tafels

K.Schippers, Verplaatste tafels

als ik goed om
me heen kijk
zie ik dat alles
verplaatst is

7x eerder ingepakt
in een doos met poëzie
‘verplaatste tafels’ van k.schippers

til de doos op tafel om
5x te bekijken

een doos op tafel
tafel waarop doos
een doos op de tafel
doos op tafel
tafel met doos

nu met zijn tweeën
dezelfde tafel met
dezelfde doos met
dezelfde bundels optillen

voor de duidelijkheid
ergens anders neerzetten

kortom: verplaatste gedichten

 

 

© jacob de bruin 2017

De vierde strofe is een kopie van ‘Doos in vijf verschillende standen op tafel’  van K. Schippers
Je zegt dat de eerste strofe op ‘De ontdekking’ lijkt.
Ja ja, dat weet ik ook wel.

 

 

zelfportret 1974

 

 

In 1974 heette een selfie zelfportret.
Op goed geluk één foto nemen om een rolletje vol te maken.
Zelf ontwikkelen en afdrukken.
Photoshoppen in de doka.

Ik had nog geen baardtrimmer.

Ik heb destijds onderweg in België kabouter Plop ontmoet.
Ik heb hem op een idee gebracht voor zijn kin.
Die van mij was effectief gecamoufleerd; gevlekt rossig, kroezig.
Hiermee zullen ze toch wel moeten lachen, zal hij hebben gedacht.

We waren jong.

In  2017 zoiets terugvinden, scannen en te grabbel gooien op het internet, dat is toch wel 2017.

De kiel die ik droeg was ooit groen/grijs geblokt en daarvoor van mijn oudste broer geweest.
Voor of na de foto door mezelf rood geverfd met zo’n blikje.
Je kan je niet alles herinneren.

 

 

[1]

de eerste
ademt weet
hoort eigen adem weet
krijgt de hik weet
valt in slaap weet sterft
en daartussen iets

[2]

alleen een tweede
draagt je baart je
kietelt en kust je
spreekt je tegen
heeft een geheim
en er is nog iets

[3]

zonder de derde
geen anderen
geen roddel
geen uitsluiting
geen biologisch ouderschap
en drie is veel

[4]

vanaf de vierde
begint het klaverjassen
voor wie kan klaverjassen
en het gaat door
het gaat alsmaar door
en ook na 7.513.065.665

 

 

1234

het schoolbord van de meester

 

 

voor wie van tellen houdt [ wat tellertjes ].