Die Verwandlung

Op de plek waar in de abri een paar dagen eerder een lege rode koffiebeker stond, lag vandaag ineens een rode kam.
In tussentijd herinnerde ik me in bibliotheek het boek van Kafka, dat me opviel, hoewel ik het niet leende.
Wie schetst de verwarring van de koffiebeker die als zakkam ontwaakt?

Gedachten die in rook opgaan.

Ik liep weg.
‘Is dit uw kam?’, riep de mevrouw, die na mij wilde gaan roken. Nee dus.

Toen ik een half uur later nogmaals langs liep, vroeg ze het opnieuw. Ik had ondertussen mijn pet afgezet en kreeg het verhaal van die andere meneer (met pet) van wie de kam ook al niet was.
Ik was veranderd in mijn eigen niet-dubbelganger.

Advertenties

Vanmorgen liep een vliegend hert te sterven ergens tussen de draaideur van het RGC en de rokersabri.
Het achterlijf had een tik gehad. Aangereden op het parkeerterrein waarschijnlijk, heel misschien aangepikt door een kraai of zo. In ieder geval invalide, maar nog steeds imposant.
Ze verzetten zich altijd hevig tegen de dood.
Ik herinner mij ooit een vliegend hert in Arrabloy (FR), die alsmaar doorging zónder achterlijf en die ik onder een eik te sterven legde.
Die van vanochtend zocht (terwijl ik een sigaret rookte) zelf zijn plek in het gootje langs de gevel.

Memo to self: laat hem nou met rust.

https://jacobdebruin.wordpress.com/2005/01/18/onder-een-eik-bij-arrabloy/

Krautrock?
En: wat ik met de band Faust heb?
Kraut van Can, Neu! en zeker van Kraftwerk is bekender, maar Faust is wel voor mij écht, gemaakt van harde materialen, rauw en soms verbazend mild.
Leuk: hun projecten met gelijkgestemde Engelse bands.
Bands die ik eerder kende dan hen. Een soort Engels-Duitse krautrock/prog/industrial/whatever.

Soms vind ik muziek lekker omdat ik de muzikant leuk of aardig vind, ik lees of verzin een anekdote.

Eerlijk gezegd speelt bij Faust mee dat ik al heel lang Carina een beetje ken en via haar veel korter en een nog kleiner beetje haar partner Jean-Hervé, de bassist van de oer-Faust en net als alle Franse bassisten in Duitse bands gewoon erg aardig. (Aaah, dat accent!)

Zondagochtend, logeerpartijtje, begin deze eeuw.
Möchtest du ein Kaffee, Jacob?
Du, wir brauchen Musik zum Frühstück, there are some cd’s over there, find something you like, oui?
Ze liggen in de vensterbank. Ik zet Slapp Happy op en Jean-Hervé gaat verder met het schoonmaken van de keuken.
Als hij klaar is ruikt hij nadrukkelijk, zeer geconcentreerd en lang aan het keukendoekje, totdat iets helemaal waar is.
Ik geloof daardoor in zijn muziek, ook al is die soms niet om aan te horen.

Ik moet deze week weer even denken aan die boerderij van Carina en Jean-Hervé in Schiphorst. Toen.
Dit weekend speelt zich daar een evenement af rond allerlei alternatieve muziek, die zich ‘avantgarde’ noemt.
Ik hou zelf niet van die term: wie noemt zich nou avantgarde en waar die loopt voorop? En waarom?
Indien financieel mogelijk, was daar jaarlijks zo’n festival ongeveer op de langste dag.
Feestje met oude hippies en zo. Heinde Camping, eten, vuurkorven, best wel knus, iets van vroeger. Telkens A ĺ8inancial disaster,
Waarschijnlijk nu voor de laatste keer.
Avangarde Is Happening – The Final Gathering.
Centjes en ook de lichamen uitgeput misschien. Misschien gewoon klaar.
Je kan niet altijd maar hetzelfde doen.
Later maar eens kijken op YouTube naar Jean-Hervé, Zappi, Peter, Yumi, Chris, Dagmar en andere voornamen, die ik daar verwacht. Maken ze vast wel een cd van.
Carina loopt meestal ergens buiten beeld.
Dochter Jeanne-Marie is minder cameraschuw.

Ik heb Carina ooit het recept van mijn moeders zuurkool gegeven, met daarbij de vraag ‘how do Kraut cook kraut?’ met als antwoord zonder antwoord ‘well, certainly not like that’.

Een sample.
Het nummer ‘The Sad Skinhead’ speelt Faust nog steeds, live, in bijna elke set. En geen twee keer hetzelfde en dat vind ik prettig.
In deze versie klinkt heel even de slijptol of zoiets van drummer Zappi, tot ergernis van een ZZ-top-baardige gitarist en (als ik me niet vergis) ook het stemgeluid van de dochter, die ineens geen 12 jaar meer is.
Er gaat veel mis en hoewel ik niet blind ben, vind ik dat dan weer niet zo erg.

oorsponkelijk

vorig jaar, live

Faust zoeken op YouTube is eerst best lastig.
Er is nogal wat andersoortige Faust, zelfs een andere Duitse band met dezelfde naam.
Maar als je ooit een uurtje tijd en zin hebt, een concert van de zelfde tour.

Faust – Live at The Broad, Summer Happenings 7/28/2018 [ https://youtu.be/4gRDtOHQbAA ]

zaailing met eerste twee echte blaadjes

Een late voorjaarsstorm verspreidde ontelbare esvleugeltjes over onze voortuin. Ze hadden de hele winter in trosjes aan de boom gehangen en vielen nu blijkbaar op het juiste moment in vruchtbare aarde: ze ontkiemden snel tot onwelgevallig spul tussen onze (ja, die: ónze éigen) bodembedekkers.
Mogen er dan niet zomaar overal spontaan essen oprijzen?
Misschien mag het ergens wel, een beetje, soms, maar dan NIMBY of in dit geval niet in mijn voortuin.

Ik zal maar bekennen. Ik heb ingegrepen. Ik heb ze stuk voor stuk uit de border geplukt. Vastgepakt met duim en wijsvinger, ietsjes gewiebeld en dan zachtjes uit de aarde getrokken. Dood. Klaar.

Wel heb ik ze nog even bewonderd, naast elkaar gelegd, opgebaard, maar ik vergat ze te fotograferen. Als eerbetoon of boetedoening heb ik toen maar een gevonden afbeelding van een vergelijkbaar plantje bewerkt tot zelfverzonnen oud-achtig herbariumplaatje.
Ze waren echt zo mooi en lief, zo fragiel. Zulke kiemplantjes kunnen nog van alles worden. Zo lijkt het.
Maar ik heb ze wel gedood.
Dat moest dan maar.

Nog een bekentenis. Ik heb hier per ongeluk een plaatje van een zaailing van een gewone esdoorn gebruikt (gemeen paardenvergif!), niet van één van de es.
Ik zou trouwens niet als zaailing de één van de andere kunnen onderscheiden.
Als zaad wel. Bij de esdoorn zie je het zaadje als mooi rond balletje netjes aan de punt van een keurig insectenvleugeltje. (Vaak twee aan twee, zaadjes aan elkaar, maar alleen enkel doen ze helicoptertje.)
De es kent een slonzig langwerpig ovaal vleugeltje met een lang, smal zaadje tot ruwweg halverwege, als je het al kunt zien.

Zoiets ongeveer.
Maar dat weet iedereen, toch?

Maar dat rukje, waarmee ik ze uit de grond trok.
Dat beetje trots.
Dat ongemakkelijke, jankerige, soort van jonge sla in september.

zal ik dan een gedicht
nee liever geen
of over mezelf
nee doe maar niet

of over deze nacht
die bij voorbaat faalt dan
nee dat is me streng verboden
doe maar iets met boos

goed dan
met soort van boos
zonder eigen razernij
zonder drift van de verloren nacht

zo schrijf ik enigszins verbolgen
over een potsierlijk heelal
zo ondraaglijk mild
voor mij deze nacht

Zij stond in Reykjavik op een podium en het was zaterdag 28 augustus 1982 en er was publiek en ik wist van niets.
(Het was een benard jaar. Geldzorgen. Was het maar alvast 1983. Yep, 1983, mooi jaar!)
Later was ze met de Sugarcubes op de Nederlandse televisie en ook dat miste ik. 1988, het jaar van haar Birthday.

Ik heb iets met Björk Guðmundsdóttir sinds ik Birthday hoorde, met de Sugarcubes dus.
Zij zal ergens wel verre familie zijn, van mij of van iemand anders. Kan zij ooit iets fout doen?
Een jong Björkje zong in het IJslandse punk-achtige bandje Tappi Tíkarrass over Mata Hari en de tekst herhaalt dan ook steeds die bekende naam, in het IJslands is dat ook Mata Hari.
Zeven jaar eerder was Björk al een beetje beroemd geweest in haar geboorteland als kindsterretje Bapsi, maar nu was ze toch al weer 16, bijna 17.
Wat huppelt ze daar schattig over het YouTube venstertje met van die make-up blosjes en ernstige jongens met gitaar en bas, die laatste ook al met zijn vertederend podiumloopje; de jeugd, de jeugd, de tijd, de tijd. Opa toch.

Ik heb ook iets met de bedoelde Mata Hari, onze Leeuwarder beroemdheid Margaretha Geertruida Zelle,
Soms, als ik me belachelijk maak, vertel ik maar weer eens dat zij wel degelijk waargebeurd ver weg aangetrouwde familie is (was?) van mij en dan slechts tweemaal via de koude kant, namelijk: de betovergrootvader van de (uiteraard koude kantse) zwager van mijn (koude kantse) oom was de volle broer van de overgrootvader van Mata Hari.

Natuurlijk zijn we allemaal familie. Dat weet ik en dan toch dat ‘ja, maar tóch!’ denken alsof er één of andere verdienste is. Dat zoiets belachelijk is, weet ik ook wel, maar ze is echt mijn ja-maar-toch-betoveroudachter-achter-nicht en ongetwijfeld er halfschuldig ingeluisd, want familie.

Over muziek met Björk moet je niet teveel zeggen. Vind ik. Vind iedereen wel wat van. Die is er gewoon: Tappi Tíkarrass’s Matahari misschien als curiosum, maar die van de Sugarcubes leeft, staat en alles daarna is geschiedenis.
En ze kan niets fout doen, want ik heb besloten dat het familie is.

Eigenlijk zijn veel zangeressen achternichtjes met lichamen vol ademtechniek, stemband en van die monden die je niet echt begrijpt. Amy, Dagmar Krause, Debbie Harry, Doris Day, Dorothy Moskowitz, Janis Joplin, Jenny Arean, Julie Tippetts (Driscoll), Patty Smith, e.v.a.
Er zijn ook achterneven, ik noem ze niet.
Alleen Robert Wyatt, dat is mijn oudere broer, die zo raar en raak mijn verdriet kan zingen, als hij wil.
Ik ken geen zoon- of dochterzangers, maar dat komt natuurlijk doordat ikzelf niet zingen kan.

Tappi Tíkarrass – Mataharí

The Sugarcubes (Björk) live Dutch TV 1988

The Sugarcubes – Birthday