archiveren

tekst

we zijn een storm door manshoog maïs
iets onzichtbaars erachter
gaat weer voorbij

eerst moet er iets kapot
staccato, staccato, hè
van die woorden

we stellen elkaar het ultimatum en
nog één en weer en volharden
in onmogelijke eisen

steeds deze twee:
hou van mij
sterf niet

Advertenties

‘waarom’ zeggen
op jouw ja-eh-want-immers
opdat je constructief boos wordt:
dit als methode of anders

vragen wat het jou doet als X
wat jij nodig hebt voor Y
woorden zoals Z of Q-Q zeggen
als koevoet van hoop

ondertussen wordt gewerkt
geoefend geslapen gegeten
zijn er gescheiden afvalstromen:
dwz alles in stroom 2

stroom 1 is voor de rest:
plastic medicijnstrips
met naam geboortedatum en medisch jargon
zorgvuldig ingezameld

voor onze wettelijk voorgeschreven privacy shredder
dit terzijde
want
terzijde rest liefdevol leegte

In dit verhaal ben ik een man van 65 in een stadsbus.
Voor mij zit een 83-jarige vrouw. Ze draagt een met zorg uit de catalogus van een Duits postorderbedrijf uitgekozen jas. Modieus, nieuw en prijzig.
We hadden samen lang staan wachten bij de halte voor het ziekenhuis en daar vertelde ze mij van haar twaalf tropenjaren ergens in een niet nader aangeduid Afrika en dat het op 900 meter hoogte wel meeviel met de tropische hitte. Ze had daar gewoond in verband met het werk van haar overleden echtgenoot. Ze zou zo weer terug willen. Hoewel ze al jaren weer in Nederland woonde, was dat nooit meer thuis geworden.
Na een tijdje drukt ze op de stopknop voor de halte waar ik ook uit zal stappen.
Te vroeg staat ze op om alvast naar de uitgang te lopen en verliest bij de zwaai van de bus in de onvermijdelijke laatste bocht haar evenwicht.
Ik vang haar nog net op en grijp haar hierbij stevig vast om haar middel. Intiemer dan bedoeld, maar welkom, blijkbaar.
‘Het gebeurt me niet vaak, dat ik zo door een jonge man wordt vastgepakt’, zegt ze. Ze lacht.
‘Graag gedaan’, zeg ik gemeend. Ik ben niet vaak een jonge man.
We blozen, geloof ik, al zie je er niets van, dan checken we uit en staan we op straat. Het miezert.
Ik steek over en kijk achterom. De vrouw kijkt recht voor zich. Stapt. Ik zoek een beter woord dan dat goedkope ‘kordaat’.
Ze kijkt vooruit, ziet niks, ziet zichzelf. Ze is midden dertig, loopt op die hoogvlakte ergens in dat niet nader aangeduid Afrika en denkt aan iemand.

Onvermijdelijk.
Aan alles ging iets vooraf.
De tijd vlak voordat ik geboren was intrigeert me: alles wat ik zal gaan kennen bestaat al en wacht alleen nog op mijn binnenkomst.
Waar was ikzelf eigenlijk op dat moment en kan dat zomaar: mijn wereld zonder mij?

Pake’s handschrift

Hierboven staat een stukje handschrift in potlood van mijn pake, de vader van mijn vader.
Pake ken ik alleen maar uit verhalen, hij overleed een half jaar voor mijn geboorte.
Beppe’s stem zou ik ook nu nog wel herkennen, maar pake moet ik raden, ik geef hem meestal de stem van mijn vader en dan iets donkerder.

Vanwege de inhoud heb ik het blaadje moeilijk leesbaar gemaakt, al zie je nog wel hoe de hand van pake letters zet.
Regelmatig, met kracht, vlot, leesbaar. Het klopt met mijn vermoeden van die man: sterk en zelfbewust. Waarschijnlijk dominant.
Een man met successen: hij was gemeenteraadslid voor de SDAP, zat na de oorlog in een tribunaal voor de berechting van politieke delicten, was trouwambtenaar en werkte zich op bij de Keuringsdienst van Waren. Hij bestond.
Hij ging wel een paar keer flink onderuit met die winkels van de Coöperatie in Ternaard en Wormerveer, hij mislukte daarvoor ook al als aardappelboer en deed later ook nog wel eens iets doms op huizenveilingen.
Dit alles in ieder geval met veerkracht, durf én een motorfiets.
Ik vermoed dat mijn ‘De Verovering Van Het Brood’ van Kropotkyn uit zijn boekenkast komt. Iets anarchistisch past wel in mijn romantische beeld van een jongere Pake.

Het afgebeelde blaadje beschrijft zijn drie kinderen met hun gezinnen, onder andere dat van mijn vader en moeder met hun vijf kinderen: een, ook zonder mij, compleet gezin.

Op een ander blaadje staat nog een ander tweede, jong gestorven kind met dezelfde naam als mijn vader.
Er staat bij dat deze is overleden bij een keeloperatie in verband met difterie en dat zijn lichaam in verband met besmettingsgevaar niet naar Ternaard mocht worden vervoerd en dus in Leeuwarden is begraven. Een zakelijk verslag van verdriet. Tien maanden later werd mijn vader geboren.

Beethovenplantsoen in aanbouw

In 1950 verhuisden mijn ouders met vijf kinderen naar het huis, dat op de foto hierboven in aanbouw is; eigenlijk links net buiten beeld.
Dit huis werd mijn thuis in de achttien jaren dat ik in Leeuwarden woonde.
Toen deze foto is genomen, was ik er dus nog niet, al herken ik de plek. De fotograaf stond voor nummer 8 in de latere speeltuin.

In dit huis op nummer 6 ben ik trouwens niet geboren, maar hoogstwaarschijnlijk wel verwekt.
Daar. Mijn ouders, dus.
En die tafel later, waaraan ik hen van nabij zag, vaak in moeilijk vaarwater.
Een beeld vormen van dat allereerste moment, ongeveer ten tijde van De Ramp in Zeeland, ongeveer 9 maanden voordat ik geboren ben?
Het lukt me niet.
Ik vermoed liefde en hoop op lust.
Ik verzin soms zelfs dat het ongenadig stormde.

Die Verwandlung

Op de plek waar in de abri een paar dagen eerder een lege rode koffiebeker stond, lag vandaag ineens een rode kam.
In tussentijd herinnerde ik me in bibliotheek het boek van Kafka, dat me opviel, hoewel ik het niet leende.
Wie schetst de verwarring van de koffiebeker die als zakkam ontwaakt?

Gedachten die in rook opgaan.

Ik liep weg.
‘Is dit uw kam?’, riep de mevrouw, die na mij wilde gaan roken. Nee dus.

Toen ik een half uur later nogmaals langs liep, vroeg ze het opnieuw. Ik had ondertussen mijn pet afgezet en kreeg het verhaal van die andere meneer (met pet) van wie de kam ook al niet was.
Ik was veranderd in mijn eigen niet-dubbelganger.

Vanmorgen liep een vliegend hert te sterven ergens tussen de draaideur van het RGC en de rokersabri.
Het achterlijf had een tik gehad. Aangereden op het parkeerterrein waarschijnlijk, heel misschien aangepikt door een kraai of zo. In ieder geval invalide, maar nog steeds imposant.
Ze verzetten zich altijd hevig tegen de dood.
Ik herinner mij ooit een vliegend hert in Arrabloy (FR), die alsmaar doorging zónder achterlijf en die ik onder een eik te sterven legde.
Die van vanochtend zocht (terwijl ik een sigaret rookte) zelf zijn plek in het gootje langs de gevel.

Memo to self: laat hem nou met rust.

https://jacobdebruin.wordpress.com/2005/01/18/onder-een-eik-bij-arrabloy/

Krautrock?
En: wat ik met de band Faust heb?
Kraut van Can, Neu! en zeker van Kraftwerk is bekender, maar Faust is wel voor mij écht, gemaakt van harde materialen, rauw en soms verbazend mild.
Leuk: hun projecten met gelijkgestemde Engelse bands.
Bands die ik eerder kende dan hen. Een soort Engels-Duitse krautrock/prog/industrial/whatever.

Soms vind ik muziek lekker omdat ik de muzikant leuk of aardig vind, ik lees of verzin een anekdote.

Eerlijk gezegd speelt bij Faust mee dat ik al heel lang Carina een beetje ken en via haar veel korter en een nog kleiner beetje haar partner Jean-Hervé, de bassist van de oer-Faust en net als alle Franse bassisten in Duitse bands gewoon erg aardig. (Aaah, dat accent!)

Zondagochtend, logeerpartijtje, begin deze eeuw.
Möchtest du ein Kaffee, Jacob?
Du, wir brauchen Musik zum Frühstück, there are some cd’s over there, find something you like, oui?
Ze liggen in de vensterbank. Ik zet Slapp Happy op en Jean-Hervé gaat verder met het schoonmaken van de keuken.
Als hij klaar is ruikt hij nadrukkelijk, zeer geconcentreerd en lang aan het keukendoekje, totdat iets helemaal waar is.
Ik geloof daardoor in zijn muziek, ook al is die soms niet om aan te horen.

Ik moet deze week weer even denken aan die boerderij van Carina en Jean-Hervé in Schiphorst. Toen.
Dit weekend speelt zich daar een evenement af rond allerlei alternatieve muziek, die zich ‘avantgarde’ noemt.
Ik hou zelf niet van die term: wie noemt zich nou avantgarde en waar die loopt voorop? En waarom?
Indien financieel mogelijk, was daar jaarlijks zo’n festival ongeveer op de langste dag.
Feestje met oude hippies en zo. Heinde Camping, eten, vuurkorven, best wel knus, iets van vroeger. Telkens A ĺ8inancial disaster,
Waarschijnlijk nu voor de laatste keer.
Avangarde Is Happening – The Final Gathering.
Centjes en ook de lichamen uitgeput misschien. Misschien gewoon klaar.
Je kan niet altijd maar hetzelfde doen.
Later maar eens kijken op YouTube naar Jean-Hervé, Zappi, Peter, Yumi, Chris, Dagmar en andere voornamen, die ik daar verwacht. Maken ze vast wel een cd van.
Carina loopt meestal ergens buiten beeld.
Dochter Jeanne-Marie is minder cameraschuw.

Ik heb Carina ooit het recept van mijn moeders zuurkool gegeven, met daarbij de vraag ‘how do Kraut cook kraut?’ met als antwoord zonder antwoord ‘well, certainly not like that’.

Een sample.
Het nummer ‘The Sad Skinhead’ speelt Faust nog steeds, live, in bijna elke set. En geen twee keer hetzelfde en dat vind ik prettig.
In deze versie klinkt heel even de slijptol of zoiets van drummer Zappi, tot ergernis van een ZZ-top-baardige gitarist en (als ik me niet vergis) ook het stemgeluid van de dochter, die ineens geen 12 jaar meer is.
Er gaat veel mis en hoewel ik niet blind ben, vind ik dat dan weer niet zo erg.

oorsponkelijk

vorig jaar, live

Faust zoeken op YouTube is eerst best lastig.
Er is nogal wat andersoortige Faust, zelfs een andere Duitse band met dezelfde naam.
Maar als je ooit een uurtje tijd en zin hebt, een concert van de zelfde tour.

Faust – Live at The Broad, Summer Happenings 7/28/2018 [ https://youtu.be/4gRDtOHQbAA ]