archiveren

proza

De Bruin is een vage, saaie achternaam die veel voorkomt.

Waarschijnlijk is deze voor onze tak aangenomen door ene Jan Hendriks aan het eind van de 18e eeuw. Deze is geboren op 7 november 1759 in Holwerd, de tweede zoon van Hendrik Folkerts en Janke Jans. Als hij in 1794 trouwt met Baukje Hendriks Bersma vermeldt het trouwregister van de kerk niet alleen háár achternaam, maar ook die van hem, Jan Hendriks de Bruin, een eerste ‘onze’ De Bruin.

Voor zover ik weet stamt deze Jan Hendriks uit een geslacht van boerenknechten en dagloners, waarvan de eerste zonen generaties lang Hendrik Folkerts of Folkert Hendriks heten.
Hij trouwt waarschijnlijk boven (of buiten) zijn stand en ik verzin graag dat er – zeker bij haar- liefde in het spel was. Waarom ook niet?
Dit is in ieder geval bekend: zijn schoonvader had geld en aanzien, misschien door zijn huwelijk met Janke Stelwagen; een vrouw uit een gegoede familie uit Emden. Hendrik Bersma was lommerdhouder en speelde bank in Holwerd. Hij wás iemand en zijn zoon, dus de zwager van Jan, had er een kroeg.

Je weet dus niet veel van zo’n verleden. Er zijn wat namen, wat akten, wat volkstelling-achtige lijsten.
Er zijn daar tussendoor heel wat mogelijkheden geweest om in de vernieling te raken. Ook toen.
Het waren grimmige tijden met oorlog, jaar-zonder-zomer, misoogst, hongersnood, ziekte en Baukje sterft.
Het gaat overduidelijk mis met Jan Hendriks. Hij raakt alles kwijt, mogelijk ook het contact met zijn kinderen.
Het lijkt  erop dat zijn schoonfamilie hem heeft laten stikken.
Hij gaat zwerven, maar komt niet ver, een kleine 20 km vanuit zijn Holwerd, Vrouwenparochie in het Bildt, en daar sterft hij tussen vreemden.

Hieronder de scan van zijn overlijdensakte.


In het jaar een duizend acht honderd en dertien, den Elfden dag de maand Februarij zijn voor ons Maire Officier van den Burgerlijken Staat der Gemeente van Vrouwen Parochie Departement Vriesland, Canton Hallum – gecompareerd Tjerk Cornelis van der Saag, oud drie en veertig jaren van Beroep Boere arbeider woonachtig onder Vrouwen Parochie, en Jacob Alberts Molenaar oud zes en dertig jaren, van Beroep Boere arbeider
welke ons verklaard hebben dat Jan Hendriks de Bruin, geboortig na beste weten van de comparanten , te Holwert, zijnde aan hun de Naam Zijns ouders onbekend oud gissing Twee en Vijftig Jaren houdende een zwervend leven
op den Tienden dag der maand Ferbruarij des nademiddags ten Twee uren,in de Huisinge № 31 te Vrouwen Parochie, ten huise van Gerryt Doekes Siderius alwaar dezelve ter bede geinkwartierd was is overleden; en hebben de Declaranten deze Acte, na dat hun dezelve was voorgelezen, nevens ons onderteekend. verklarende de tweede comparant niet te kunnen Schrijven en niet bevriend aan de overledene

Tjerk Cornelis van der Saag
R.F. de Jong

Als je weet wat je zoekt kan je deze scan vinden via AlleFriezen.
Ik wist wat ik zocht.
Pake had het allemaal al uitgezocht, ik denk op de motorfiets naar Holwerd en door papier worstelen. Hij kwam rond 1950 even ver in de familiegeschiedenis als ik nu via het internet.
Zijn zoon heette ook Jan.
Pake hechtte eraan dat deze niet via via naar deze Jan Hendriks is vernoemd.
Het was een hele andere Jan. Een latere Jan.
Ik ben bang dat hij gelijk heeft.

Advertenties

Ugchelen, 01-02-2019

Misschien wilt u een verklaring.
Er staan duidelijke borden in het bos en er is een bruggetje, alsof twee gelijksoortige paden identieke verhalen zijn, die verbonden moeten worden.
De beste verklaring van het pad is het pad zelf, verzin ik net. Dat bruggetje snap ik niet.

Tegenover de brede dwarsstraat op de winkelstraat staat al jaren het woord HOME op de vensterbank van één van de flatjes. Witte letters in spiegelbeeld.

Woorden als HOME en LOVE in de uitstalling van het raam maken me beetje onrustig, want ik wil iedereen begrijpen. Andere mensen schrijven hier soms THUIS of LIEFS. Ook dat gebeurt.
Ik ben ervan overtuigd, dat er een mensenwereld bestaat, waarin het prettig is de wereld buiten te vertellen dat het binnen warm is en knus. Lees maar, buitenstaander, hierbinnen woont HOME! Pas maar op, LOVE, ik hou van jou. Elk venster is een etalage.

Moeilijker? In de vensterbank het woord HOME, maar dan alleen leesbaar voor de HOME-bewoner. Hierbinnen wil men niet vergeten, dat het daar thuis is.

En er ook zijn ramen vol spaties. Dit betekent niets. Klaar.

Echt onrustbarend is voor mij het woord HOME achter die ruit van dat ene flatje in het winkelgebied.. Het is ooit van binnenuit leesbaar voor het raam geplaatst, waarna de letter E is omgevallen en deze ligt er nu al maanden als underscore naast de letters MOH.
Wat gebeurt daar toch in dat huis, wat denkt het hoofd dat daar woont? Leeft daar een onverschillig, somber iemand, is deze misschien overhaast op wereldreis gegaan.

_MOH.
Er ligt daar een lijk.
Ik denk, dat ik vliegen zie.

Nu als roodborstje kwam de oude man maar weer eens op bezoek bij X en Y, zijn twee onbekenden.
Hij was al meer dan een jaar dood en erg nieuwsgierig: hoe gaat het met de akelei, de kamperfoelie, met de vijver?
Er was vast wel iets gebeurd, wat dacht je dan?

Bijvoorbeeld X, die omzichtig en vol bewondering de pen en gat verbindingen van het schuurtje sloopt met schroevendraaier, zaag en moker.
Die van deuren scharnieren en grendels verwijdert en deze niet meer kan openen of sluiten. Dit ook niet wil.
Mogelijk was er nooit een schuur, geen dak, geen deur en blijkt X een twijfelgeval.

Maar dan Y, die van elke muur een raam maakt met het gemak van een sloopkogel.
Er is ineens veel woestenij om iets te doen gebeuren.
Het roodborstje vond er nog niet veel aan. Het was wel gezellig bij die twee, dat wel.

Ondertussen spit X de tuin om en hoopt dat de oude man er nooit een hond begroef.

.

Afscheidsconcert Pugh's Place (10-10-1971) - Hans Kerkhoven

Afscheidsconcert Pugh’s Place (10-10-1971) – Hans Kerkhoven

.

Als ik goed mijn best doe, ga ik me herinneren, dat ik erbij was op 10 oktober 1971 in de oude Harmonie in Leeuwarden. Het afscheidsconcert van Pugh’s Place, dus. Ja? Nee?

Ik herinner het mij nog niet helemaal, dus ga ik beter mijn best doen.
Natuurlijk was ik erbij.
Ik was immers bij alle 12 Pow-Wow’s, minifestivals op zondagmiddag in de oude Harmonie in Leeuwarden.
Geloof ik.

De beweegbare vloer van de zaal van de oude Harmonie in Leeuwarden was voor deze zondag tot horizontaal dansbaar gevijzeld, stoelen eruit, stoffige vloer aangeveegd, het publiek heeft snel wat papier en plastic bakjes gestrooid, er zijn kartonnen bekertjes, er liggen platgetrapte peuken. Denk ik.

En ik herinner me Pugh’s Place natuurlijk, onze Leeuwarder trots: de band, die maar niet door wilde breken. Eigenlijk weet ik alleen nog iets van de gitaar van Hans Kerkhoven en de vibrafoon van Nanne Kalma. En de Hammond, dat ding met een draaidende speaker bovenop. Dwarsfluit, was ik bijna vergeten. Lichtorgeltje.

Maar toch?
Nee hoor, ik was er bij, weet je wel?

Ik herinner me bijvoorbeeld heel precies: Ferre Grignard, CCC Inc, Michael Chapman, Kevin Ayers and The Whole World, Crazy World of Arthur Brown, Jackson Browne (die dus niet kwam), Solution, Supersister, de dansers van Bewth, die prachtige lichtshow van hoe heetten ze ook al weer – je weet wel – ja die, de aanstekelijk direct op de filmstrook getekende filmpjes van Norman McLaren en alles wat ik allemaal vergeten ben: dat weet ik nog.
En Hare Krishna,  wierook. tijgerbalsem, Afghaanse jassen.

Belangrijk: er waren meisjes. Die waren vaak vrolijk of juist niet en ze hadden zich mooi gemaakt.
Ikzelf droeg het zwarte pothoedje van Beppe, uitgedeukt, lint afgescheurd. Hier heb ik een gedachte bij gehad.
Of anders was het die door mezelf gehaakte haarband.
Hoedje kwijt, misschien.

En Pugh’s Place op het hoofdpodium? Geen idee. Zal wel. Youtube zegt het.

.

.

Nothing Is Real Here vond ik toen leuker. Dat nummer had toch wel bijna de top 40 gehaald, herinner ik me. Het  is wel een beetje drakerige prog, toch?

.

.

Wandelgang:
[…] CAO-paragraaf […]

Op straat, vlak bij de Albert Heijn:
[…] heb je dat dan niet gevraagd […]

Stoplicht Deventerstraat/Stationsstraat:
[…] ja met mij – ik bel je even – luister – ik moet je iets vertellen – heel erg – ik ben naar de schoenwinkel gegaan en heb twee paar gekocht […] nee écht, twee [..] nee – ik ga nu naar huis [..]

en toen ben ik de rest vergeten, terwijl ik oprecht van plan was onderweg van alles te onthouden.

vlnr. Klaaske, Willemke, Elske; Neede 1978 (foto Jacob Ronner)

.

Ongeveer veertig jaar geleden moet oom Jaap deze foto hebben gemaakt van mijn grootmoeder en haar beide dochters.

Zo zag grootmoeke er uit in haar laatste jaar. Broos, klein en wit met een rood blosje bij die altijd weer opkomende hoofdpijn.
Dit is haar kamer. Achter het gordijntje een opklapbed, erboven een rijtje boeken, verderop nog meer boeken in de boekenmolen.
En meer? Foto’s op een theekastje? Kleedjes? Er hangen twee schilderijtjes van grootvader (hutje op de hei, woonarkje ergens) en één van Jan (anemonen, litho?). De legpuzzel aan kant vanwege bezoek. De geur van Boldoot.

Wij zijn in 1978 samen bij haar op audiëntie geweest, de dag nadat we in Leeuwarden getrouwd waren. Zij was er niet bij geweest, al jaren te ziek om te reizen. Een verplichting dus aan onze familieoudste; die dominante vrouw, intelligent, fel en vaak onverbiddelijk. En daar zat ik dan als jochie van 25 aan de thee met twee vrouwen, die elkaar mochten en van wie ik hield en houd. Beide met het hart op de tong, dat hart dus.

Deze keer zonder de bekende verhalen over het arbeidersmeisje en de hoge heren. Het ging nu over liefde. Over de bovenmenselijke goedheid van haar in 1945 overleden echtgenoot, die haar De Literatuur, de SDAP en de blauwe knoop had leren kennen.
We wisten al dat ze dagelijks bij alles haar man raadpleegde, maar nu ging ze verder. Haar liefde voor die man had levenslang altijd boven alles gestaan, boven die voor zichzelf en zeker boven haar liefde voor haar kinderen. Bij andere vrouwen was dat vaak andersom en dat begreep zij niet. ‘Wat had je daar nou aan?’

Oef?

Zij wilde ons, pasgetrouwd stel, blijkbaar iets meegeven. Een opdracht vol mooi en lelijk.
Aan de ene kant werd hier een lat op de duizelingwekkende hoogte van een allesoverstijgende liefde gelegd. Maar wij waren mensen, zoveel was zeker.
Aan de andere kant was het niet niks dat een vrouw van bijna 90, ons als stel iets vertelde, dat ze mogelijk haar dochters verzweeg.
Lelijk, toen al: het bleek haar mogelijk een rangorde in liefde aan te geven. Ik hoop dat dat niet kan. Natuurlijk kan dat niet. Wil ik niet.
Mooi, nu nog steeds: ik kan zomaar een bandje met haar stem afspelen. Dat wil ik niet kwijt.

Het allermooiste staat buiten beeld, tussen alle smerige details, mooi te wezen.