archiveren

poëzie

we zijn een storm door manshoog maïs
iets onzichtbaars erachter
gaat weer voorbij

eerst moet er iets kapot
staccato, staccato, hè
van die woorden

we stellen elkaar het ultimatum en
nog één en weer en volharden
in onmogelijke eisen

steeds deze twee:
hou van mij
sterf niet

Advertenties

‘waarom’ zeggen
op jouw ja-eh-want-immers
opdat je constructief boos wordt:
dit als methode of anders

vragen wat het jou doet als X
wat jij nodig hebt voor Y
woorden zoals Z of Q-Q zeggen
als koevoet van hoop

ondertussen wordt gewerkt
geoefend geslapen gegeten
zijn er gescheiden afvalstromen:
dwz alles in stroom 2

stroom 1 is voor de rest:
plastic medicijnstrips
met naam geboortedatum en medisch jargon
zorgvuldig ingezameld

voor onze wettelijk voorgeschreven privacy shredder
dit terzijde
want
terzijde rest liefdevol leegte

zal ik dan een gedicht
nee liever geen
of over mezelf
nee doe maar niet

of over deze nacht
die bij voorbaat faalt dan
nee dat is me streng verboden
doe maar iets met boos

goed dan
met soort van boos
zonder eigen razernij
zonder drift van de verloren nacht

zo schrijf ik enigszins verbolgen
over een potsierlijk heelal
zo ondraaglijk mild
voor mij deze nacht

Het was er bijna,
bijna niet: grommen onder een wollen deken;
voluit blaffen kwam later.
En alles bleef hetzelfde. Ik

heb alles willen doen: lopen, wachten, lezen,
ik heb geluisterd naar muziek en
verkiezingsuitslagen waargenomen, zelfs
in uitbottende takken een belofte willen zien. Ik

zag op voetpaden jullie voeten,
onderbenen, bovenbenen, gezichten
met ogen, monden, neusgaten en overal
kledingstukken, juist voor nu, hier, voor hem, haar. Ik

heb zelfs gelachen, geluisterd
naar ernstige stemmen,
lichamen gezien, aangeraakt. Misschien
gekust? Omhelsd? Ik

wist alles
was als voorheen en
ik niet. Ik zag, rook, hoorde niet,
maar al het andere bleef hetzelfde.

Ik ken de foto’s. Volgens de overlevering jammer ik dat ik terug wil naar De Duinpan, ons vakantiehuisje. Weg van de grote zee. Ik denk dat ze me uitkleedden tot op mijn wollen zwembroek en daarna naar de branding brachten, omdat dat dat wel leuk zou zijn. Maar er gaat zoveel water in de zee.

Berceuse presque negre
.
De chimpansee doet niet mee
Waarom doet de chimpansee niet mee
De chimpansee
is
ziek van de zee
Er gaat zoveel water in de zee
meent de chimpansee
.
Paul van Ostaijen

boven hoofden zwenken ze
ze zwijgen hun vleugels fluisteren
deze zwarte kraaien zijn geen vogels deze

machientjes zullen robotdrones
zijn die quantumdingetjes fixen

uitzwermende autonome automaten die
alles ongedaan maken omdat het kan
overal en alles maar dan ook alles

ziekte en honger en
waan en zin en
politiek en

klimaatakkoord en
handelsovereenkomst en
wapenbeheersingsverdrag en

niemand stuurt want alles stuurt
zichzelf doelloos  en ook de dood

bestaat niet bestond nooit
de ongeboren miljarden zullen
nooit meer voortijdig sterven niet

volgens het fluwelen huurcontract
van onze strenge hospita  die  alles

weet
van overal en alles
maar dan ook echt alles

 

 

Veel van Kate Tempest ken ik niet, maar ze zit wel in mijn overlevingskoffertje.
Ik wil alles verstaan wat ze rapt.
Hoewel haar taal niet moeilijk doet. is mijn Engels te langzaam,
Ik ben blij dat ik een hele tekst op schrift vond: https://genius.com/Kate-tempest-lionmouth-door-knocker-lyrics

Bij haar is het niet 2 voor 12, het is later.
Het is 4:18 in de nacht, je bent nog op, je bent alleen en het heeft eigenlijk geen zin om nog te gaan slapen. We are lost.
Toch maakt ze muziek. Poëzie.
Ze liegt geen oplossing.
Er is een blik. “Een soort van perspectief?”, klinkt al weer te mooi.

It’s 04:18 AM
At this very moment, on this very street
Seven different people in seven different flats
Are wide awake, they can’t sleep
Now, of all these people, in all these houses
Only these seven are awake
And they shiver in the middle of the night
Counting their sheepish mistakes

(Kate Tempest – Lionmouth Door Knocker)