archiveren

blog

klankkleur van alfabet in sepia

klankkleur van vergeeld alfabet

Ik vermoed dat dit een US English alfabet is.
Engelstalig gezien de H en de Y, US vanwege de Z.
Voor de rest: de afbeelding is door mij zonder vragen overgenomen van Pinterest en daarna vergeeld. Ik weet niet meer wie ik voor de afbeelding moet bedanken, maar ik vond het leuk deze te vinden. Bedankt, iemand.

Maar.
Raar is wel die W.
Die klinkt alfabetisch toch als ‘double-you’? Die klank ziet er meer uit als ‘www…’, vind ik.

 

Advertenties

Ik vind mooi weer mooi, maar!

Even een verslag van een stukje zomerse dag binnenskamers.

Er is rust in het rookhok.
Er zijn mannen.
Alleen mannen.
Nu komt nóg een meneer binnen.
Deze wacht even en zegt dan: ‘Zie ik er niet zomers uit!’
Ja, witte broek, gebloemde bloes en het staat hem. Dat mag gezegd.
Dan volgt het gesprek.
Zijn vraag. Waarom hij nou expliciet om een compliment moest vragen. Nou?
Ja, dus, duh, want wij-mannen zijn mannen, hè.
Die zien dat niet, je moet ze sturen.
Met: ik ben naar de kapper geweest en zo.
Via zonneschijn komt het gesprek op de bikini. Ja hè: mannen.

Uit de sombere hoek gaat het ineens over de Bikini Eilanden en kernproeven.
We kennen de rugklachten van deze meneer. Zijn slaapprobleem. Migraine.
Via radioactiviteit stuiten we op Muroroa.
En erger.
Links passeert ons de angst voor het uiteenvallen van staten.
Rechts de zwarte markt voor plutonium, vuile bommen, gatver.
Mannen.

De roker uit de hoek verlaat het hok en we keren schaamteloos lacherig terug naar de bikini as-is en andere luchtigheid.
Erg. Heel erg.
Ik stel bijvoorbeeld de zomers geklede man gerust, dat ik me hém niet in een bikini zal  voorstellen. Ik heb immers geen fantasie.
De zomerse man belooft niet meer naar complimentjes te vissen.

Hi-hi-hi, ha-ha-ha en ik maak de sigaret uit, die vroeger nicotine en teer zou hebben bevat, maar dat laatste is tegenwoordig vervangen door meer dan 70 verschillende kankerverwekkende stoffen (zie pakje).

Dobbelen, dobbelen, dobbelen.

 

 

Geen paniek. Het is maar zelfopgelegde dwang: ik mag mezelf niet herhalen.
Al ik iets schrijf of verbeeld, dan moet dat steeds weer iets anders zijn.  Nieuw.  Anders.
Nou en?
Daar wordt ik wel eens moe van. Die drenzende waarom-dat-nou-weer-vraag.

Plus: ik hou bij schrijven van herhaling binnen een tekst.
En: bij beeldend werk gebruik ik graag sjablonen of stempels.
Eigenlijk wil ik steeds hetzelfde doen, maar dan wel alsof het weer nieuw is.  Een eigen zinledig zweepje, zoals je als kind ook alleen op donkere stoeptegels kan willen lopen.

En nu zou ik graag het A4’tje hieronder van 30 november 1974 willen herhalen en dan opnieuw weten welke arbitraire kleurcode ik verzin.
Dat kan dus niet.
Ik mag mezelf namelijk niet herhalen.
Of had ik dat al gezegd.

[ papier (A4), wasco, potlood en twee stempels ]

 

30 november 1974

vaag herinner ik me nog de gedachte
aan de codekleur van mooie getallen

dat herinner ik me vaag maar zeker – heel zeker
net zo zeker als dat ik me ook dit vaag herinner:

ooit schreef ik op die dag ergens demain decembre
maar dat was vast een ander jaar

jacob de bruin,

 

Het is maandag.

Zondag deden we in Zwolle Zwollezondag.
Dus, omdat het toen nu was, werk van Neo Rauch gezien.
Mooi spul bewonderd.
Woorden hierbij verzonnen.

Ernsthaft.
Onze oogbeweging over verzamelde fragmenten.
Collageachtig.
Neoprimitief.
Rauschgift.  Iemand vraagt zich af of Neo gebruikt.  Of hij last van wanen had.  Vast niet.  Ik geloof het niet.  Moet ik dat weten dan?
Stripgrafiek.
Ingekleurde negentiende-eeuwse prenten.
Alice in Wonderland.

In beeld lopen mensen over de museumvloer op hun zondags gekleed.
Meestal met ontspannen gezichten.
De figuranten op de schilderijen kijken meestal zorgelijk, maar niet dramatisch, terwijl hen door de schilder wel het één en ander is aangedaan.

Steeds weer dat Duitse van de Duitser: ‘Ernsthaft’.
Tastbaar op ware grote veilig opgesloten in De Fundatie voor zolang het duurt.
Overal (het is nu alweer later en elders) op het web schaalmodellen onderweg in het wereldwijde web gezocht, allemaal pixels.

Trouwens: overal lees ik van die DDR-kleuren van Neo Rauch.
Dat zal dan wel, maar ik was nooit in de DDR en herken de kleuren.
Wat als Neo-met-die-kleuren nou niet in de DDR was geboren?

Ook lees ik van dat hij zo met Popart linkt.
Nou ja.
Alles zal wel aan Popart linken.
Is het niet door Campbell soup dan toch minstens unox [xoun: blik op de kop]

Ik verzin voorlopig liever losse woorden, dan dat ik Neo Rauch in een hoekje duid.
Het was immers pas gister.
Hij komt vanzelf ongewild in een laadje van een depot, niet al te ver van Jörg Immendorff, maar toch wel ergens anders.

Tenslotte hebben we een ergens uitsmijter gegeten.  Ik denk niet dat dit met Neo Rauch te maken had.
Als het in Café Deutschland was, dan deden we dat in de geest van Jörg Immendorff.
Daar was het niet.
Kunst is een naar woord, dat vaak woont in een museum of uit de mond van Jan des Bouvrie komt.

En bij Der Lehrling bleef ik het langst staan.

Neo Rauch – Der Lehrling [2015]

99x young hare, liévre jeune, junger Hase, jonge haas, etc

Albrecht Dürer [1502] en Google [2006]: 99x young hare, liévre jeune, junger Hase, jonge haas, et cetera

Als ik dan toch in het verleden leef dan maar even dit: de afbeelding hierboven maakte ik maart 2006 met Google [ 99 colors of a hare ] en (geloof ik) met mspaint.
Eenvoudig gereedschap. Mooi zat.

Hierbij merkte ik dat je met een haas soms een boek vangt.
Ik zocht dus naar plaatjes van die iconische haas van Dürer, maar dan in het Frans.
Ik typo’de “Livre de Dürer” in plaats van  “Lièvre de Dürer”.

Ik stuitte via via, hupsakee, tralala en zo voorts op een blog van een zekere Paul Cox en daar heb ik vandaag nog maar eens opnieuw gekeken, want ik schreef toen “Daar wil ik nog eens buurten.”
Jeu de Conctruction van Paul Cox op http://www.paulcox.centrepompidou.fr/, Centre Pompidou dus.
Beleefd aanbevolen. Trouwens Pinterest stikt van plaatjes uit dit blog.

Ik weet dat er meer Pauls zijn die Cox heten en volgens mij is het deze Paul Cox

Citaat van Paul Cox: “Je suis très obsédé par la beauté de l’inachevé” (oftewel: “Ik ben erg geobsedeerd door de schoonheid van het onvoltooide“) en, omdat weinig ooit echt voltooid is, kan je daar gelukkig alle kanten mee uit.

Het blog loopt van 9 februari tot en met 10 mei 2005.
Een projectje vol raadsels, zeker als je weinig thuis bent in het Frans.
Gelukkig is het (denk ik, weet ik veel) voor en deels door kinderen.

Ik slenter lekker door de kringloopwinkel van zijn brein in die tijd.

Waar ik ook blij van wordt is zijn abstracte alfabet.
Elke letter krijgt geeft hij een vorm, die niets met die letter van doen heeft.
Met deze lettervormpjes (ze zitten in een doosje) kan je woorden leggen, bijvoorbeeld dierennamen.
Tezamen geven ze een abstract beeld van dat dier.
Het woord ‘hare’ spel je als:
– liggende lensvorm / UFO van opzij
– verticaal houten ijslepeltje
– ruit
– hoe moet ik dat nou noemen: brede vorm, rond van onder, boven uitlopend in een punt

Trouwens: gewone letters doen hetzelfde, maar leiden af door leesbaarheid.
Jammer als je dit niet leuk vind, maar ik dus wel.
Het is niet anders.

Sculptures Alphabetiques - Paul Cox

Sculptures Alphabetiques – Paul Cox

Miya

Miya

Niet alles kan je fotograferen en dat is mooi. Hoeft ook niet.
Ik hou ervan als een foto niet al te mooi is, maar wazig en bewogen, zodat die past bij het gefotografeerde en soms kan je zo’n half mislukte foto helpen nog dichter bij de werkelijkheid van het moment te komen.

Dit is een foto  van 30 december 2015 en op mijn schoot ligt Miya, die de avond daarvoor is geboren en zo direct naar huis zal  gaan. Ze wordt even geparkeerd bij opa, terwijl spullen worden ingepakt.
Ik heb van de oorspronkelijke foto  wat omgeving weggeknipt, want die ziekenhuisradiator met die knop die bestond immers niet.
Er waren alleen maar stoer gebalde knuistjes, dichte oogjes en van alles bewoog.
Tijdloos geluk bestaat.

Ook zonder foto weet ik wat ik me wil herinneren.
Zoals bijvoorbeeld één van de eerste momenten met Miya’s vader: handjes met gespreide lange vingertjes en oogjes, blind knipperend in vreemd licht.
Een couveuse op wieltjes en een lift. Stralend witte zusteruniformpjes, opgeruimde vrouwenstemmen, hoofden buiten beeld.
Vooral zijn oogjes.

Niet bodemloos blij; A., in de verkoeverkamer rilt. IJskoud. Wie vraag ik hier een extra deken?
Ik voel me stom en overbodig.

Vandaag.
De bushalte bij de bushalte bij de bushalte.
En als je wacht op de bus, het spijt me dat ik een goede schoonzus heb.
Zij vroeg het.
Ik weet het niet.
Maar de kaart op de bushalte bij de bushalte, maar ik zei haar dat het er niet was.
Er waren veel andere mensen rond die tijd, en ze kwam recht op me af… waarom?
Eigenlijk, ik weet het niet.
Ik weet het niet.
Zij vroeg het.
Er was een man in de buurt, maar ze kwam rechtstreeks naar mij.
In Engeland is het niet gemakkelijk om met mensen te praten.
Maar in feite worden ze vaak om een aantal van hen gevraagd.
Als ik naar het station van Shin-Osaka ga, word ik gevraagd om mijn tante te vragen waar ik elke keer in de lift stap.
In Nagoya worden ze gevraagd om een ticket te kopen bij het metrostation.
Ik ben niet in de lokale, maar ik weet zeker dat het gezicht van Nagoya zeker een gezicht is.
Ik ben geboren in Tokio, waar ik geboren ben is Tokio, maar mijn geregistreerde adres is in Nagoya.
Maar het DNA is in Nagoya.
En het DNA is een complete Chubu regio…
Ik weet het niet, maar ik weet het niet, maar ik heb twee grote koffers in de metro in Osaka.
Is alles goed met je?
Als je de vraag beantwoordt, ben je een Japanner, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je.
Als je het aan deze persoon vraagt, dan vertel je het me.

Kyoto is niet Londen

Kyoto is niet Londen

Aldus de vertaling van Facebook van een bericht van een Japanse vriendin, waarvan ik nog steeds niet heb begrepen of ze in Londen woont of in Tokyo. Of toch misschien in Kyoto.
Volgens Facebook woont ze in Londen, maar tussen de regels hierboven staat heimwee beschreven.
Sorry, dat mag ik niet voor haar invullen.