archiveren

blog

Grazie a Google Translate

Het gedicht van K. Schippers ‘ONLY PAPER IS ENGLISH’ kopieerde ik eens voor een Duitse vriendin, met wie ik altijd Engels sprak en die ik ooit in Frankrijk tegen kwam.
Zij hield niet van poëzie, maar toch.

Haar compliment was ooit dat haar Nederlands belabberder was dan mijn Engels.
Of was het nou dat mijn Engels beter was dan haar Nederlands.

Ik houd van taal en nog meer van onvertaalbaarheid.
Onvertaalbaarheid past in mijn straatje: Via Incomprensione.

Het is een al heel lang rondzeurend en niet erg origineel idee dit onvertaalbaar gedicht te vertalen via Google Translate. Ik moet bekennen dat, hoewel het weinig te maken heeft met het oorspronkelijke gedicht, dat ik het best wel mooi vind.

Ik moet ineens denken aan de oude dementerende moeder P. in Wenen, toen ze even meisjeszacht, vanachter de krijsende heks die ik zag, mij toevertrouwde dat ze verliefd was op Verdi. ‘AAah, diese Italiener,… die italienische Sprache ist so schön! Das íst ja Musik.’

SOLO LA CARTA È INGLESE

carta
(è tedesco)

carta
(è olandese)

carta
(è francese)


Poesia originale di K. Schippers,
(pseudonimo Gerard Stigter),
circa 1975


ONLY PAPER IS ENGLISH

Papier
(is Duits)

Papier
(c’est hollandais)

Papier
(ist französisch)


[ © K. Schippers ]
Advertenties

We hadden vroeger thuis een bandrecorder.
Het was blijkbaar onze tweede, want er bestond ooit een bandje met daarop de stem van een door techniek overrompelde Beppe, maar ook die van mijzelf als 5-jarige.
‘Wat is dit, Jacob?’
‘Een taperecorder’, zeg ik met een stemmetje dat ik me niet herinner.
Waarschijnlijk was die eerste geleend van de school van vader.

In mijn middelbare schooltijd kocht ik bij V&D van die kleine bandjes voor een kwartiertje zelf opgenomen Top 40.
Vooraf even op de fiets de lijst ophalen, naar de platenzaak Bij De Put (het papieren exemplaar ligt voor jou klaar bij de platenhandelaar), aanstrepen wat ik wilde opnemen en precies op het juiste moment Record in- en Pauze uitknoppen.
Outsiders, Q65, Small Faces, Pretty Things, dat soort spul.
Later nam ik muziek op van Superclean Dreammachine, een programma van Ad Visser vol bij voorkeur psychedelisch niet-TopPop geluid. De bijna-oude mensen kennen het programma nog wel of zouden het moeten kennen.

Op de achtergrond hoor je de Friese klok tikken en halve uren slaan als ik weer eens vergeten ben deze stil te zetten.
Hè? Ik was dus alleen thuis.
Waar was iedereen op zo’n zaterdagmiddag?

Ik was ook toen al krenterig en van behoedzaam gespaard zakgeld kocht ik een verzamelelpee; veel voor weinig. Hits en non-hits: een doorsnee van Mijn Muziek van pakweg rond 1968.
The Rockmachine Turns You On met o.a. Moby Grape, The United States Of America, Taj Mahal, The Peanut Butter Conspiracy, maar ook Spirit, een ook door mij bijna vergeten band rond Randy California, die ooit daarvoor in Jimmy James and the Blue Flames speelde.
Leuk voor zijn CV, want deze Jimmy James werd later bekend als Jimi Hendrix.

Het was de tijd dat in een nummer van 3 minuten 11 seconden veel moest gebeuren.
Bij dansen (lastig!) was het een voordeel dat je het nummer kende. Tempowisseling enzo.
In Fresh Garbage van Spirit is dat dan ook zo.

Ik luisterde nooit naar Pink. (Sorry P!ink)
Ik denk bij Pink aan kleur, kijk naar mijn hand en herinner me een jong rund.
Luister nou na Fresh Garbage ook eens naar Feel Good Time van Pink, zij luisterde blijkbaar ook wel eens naar Kurt Cobain.
Leuk: collages. Alles nieuw en origineel is nergens voor nodig.

Terwijl ze uit de lindeboom vallen denk ik aan drones.
Ik had vroeger vast aan helicoptertjes gedacht.
In de tijd dat er nog geen helicoptertjes waren, was ik nog niet verwekt. Omdat ik heb leren rekenen, weet ik dat dit ongeveer tijdens de watersnoodramp van ’53 was en ook daar waren al helicopters.
Misschien had ik in een vorig leven gedacht aan het dalen van die gevleugelde elzedingesjes, maar dan eleganter, lichter.

Een ervaring dan maar, misschien zelfs een ontdekking.
De afgelopen maand.
Frankrijk.

Vroeger, als je beukennootjes raapte, dan waren ze bijna allemaal loos. Eekhoorntjesfop.
Dit jaar in Frankrijk waren ze bijna allemaal gevuld met zo’n lekker smakeloos nootje. (Kauwen op touw, minder vezelig.)
Dat het dus anders dan elders en ooit was.
Ik denk dat je ze even moet roosteren.

We kennen elkaar niet, maar zijn een soort van vrienden op Facebook op grond van een gemeenschappelijke muziekvoorkeur.
Zij is muzikant, ik luister.
Haar naam kan ik niet lezen. Bij de profielfoto staat iets in katakana en dat schrift spreek ik niet. Tussen haakjes staat ook dezelfde naam in het mij bekend westers alfabet, maar die ben ik weer vergeten.

We zijn eerlijk gezegd niet echte Facebookvrienden; ik volg haar een beetje en zij mij natuurlijk niet. Laat ook maar.

Facebook meldt dat zij LIVE gaat.
Ging.
Het is alweer geweest.
Zij ging LIVE.
Wat is dat nou?
Waarom gaat iemand LIVE?
Wie gaat er nou LIVE?
Zij.
Dat LIVE is nu een filmpje.

Het filmpje toont een man onderweg van een hotelkamer naar een straatoptreden. Muzikant.
De man is haar hotelkamergenoot. Haar echtgenoot, bedenk ik later.
Ook hem ken ik van gezicht.
YouTube.

Ik weet het weer.
Hij speelt klarinet in zijn Japanse klezmerband; klezmer gemixed met Japanse straatmuziek, wat avantgarde punk/jazz en Brecht/Weill.
Zij zingt, doet allerlei trommels en nog iets anders. Iets Japans met snaren.

Hij kijkt steeds ongemakkelijk achterom. Geërgerd.
Camerabewust. Dat wel.

Er is echtpaar-onenigheid geweest.
‘Ik ga je filmen, de hele weg naar het plein. Één shot. Jaa!’
‘Waarom nou, niemand wil dit zien. Ik wil het niet.’
‘Ik doe het gewoon, omdat ik het leuk vind.’
‘Schiet nou op, we komen te laat.’
Hij weet dat ze het tóch zal doen, of hij het nou leuk vindt of niet.

‘Ja?’, zegt hij, ‘Kan die?’
Zij knikt. Hij gaat.

Hij loopt de hotelkamer uit, doet het licht uit. Rechtsaf de gang in, langs een grote stofzuiger en het wagentje van de schoonmaak met beddengoed en schoonmaakmiddelen.
Aan het einde van de gang roept hij een lift, wacht en stapt in als deze komt, gevolgd door de camera van de vrouw buiten beeld. We zien alleen even haar hand.
Vanuit de glazen lift kijk je in een drukke straat met hoge gebouwen. Saaie vlakke gevels.
De lift daalt en het vogelperspectief op de straat verandert richting kikker.
Op het trottoir haastige voorbijgangers. Fietsen. Auto’s. Af en toe kijkt iemand in de lens.

Ik ben blij met haar beeldverhaal.
Ik hou van films, waarin van alles te zien is en niets gebeurt.

Zo, simpel: hij nerveus, introvert, nors, zij giechelig, zelfs uitbundig, samen met de anderen onderweg naar het buitenoptreden van de Japanse klezmerband in Warschau.

Opgeruimde muziek. Vrolijk. Nee, er valt geen onvertogen woord.

JINTA LA MVTA

Dit schrijf ik, omdat ik nu gezien heb hoe het gebeurt.
Hét.
Waar gebeurd. Hier.
Het is hier waar gebeurd. Gister.

In de lift stond een man, die voor mij de deur openhield. Ongeveer even groot als ik, bijna mijn leeftijd, slordig baardje, bril, wat haar op zijn hoofd, al dat soort dingen. Kleding. Niet echt een opvallend type. Een beetje of hij er niet was.
Terwijl de liftdeur zich sloot, waagde nog iemand zijn voet tussen de deur, die zich weer opende en twee mannen stapten bij ons de lift in.
Allebei iets groter en jonger dan wij twee
De één kaal, t-shirt met stoer-olijk opschrift.
De ander nette haardos, tweedelig pak. Vermoedelijk een lichtblauw overhemd.

De man met glimschedel keek verbaasd van de man met baard naar mij en weer terug.

‘Zijn jullie misschien broers of zo?’, vroeg hij. Ineens joviaal. Hoezo joviaal? Het klonk toch echt joviaal, maar ik kende hem niet.
De niet-mijn-broer was blijkbaar zijn stem kwijt en fluisterde iets als ‘nee’. Ik zou namens ons het woord moeten voeren.
‘Niet dat ik weet,’ antwoordde ik en ‘hoe dat zo?’

‘Jullie lijken zo op elkaar, jullie zouden broers kunnen zijn. Dubbelgangers!’

Nu was het de beurt aan de eerste man en mij om naar elkaar te kijken en voor de zekerheid ook maar even in de spiegelachterwand van de lift.
Ik vergeleek hem met mij bekende broers en met mijn eigen zelfbeeld.
Vreemd.
Het leek nergens naar, behalve dat we allebei nergens op leken.
Ik, verbaasd: ‘Ik zie het echt niet.’
Ja, die baard misschien, maar die had ik lang geleden afgeschoren. Zijn baard leek op mijn afgeschoren baard.
Ik zag het niet en herhaalde, maar weer eens mijn verhaal van mijn vele dubbelgangers op campings in Zuid-Frankrijk en in ziekenhuizen. Zelfs van de nieuwe buurman, die zei: ‘Ik ken je, ben jij niet…’ waarop de buurvrouw hem aanstootte met: ‘Nee joh, dat kan niet, die is immers dood!’
Blijkbaar kan je elkaar best veel vertellen gedurende zes verdiepingen.

Zo ziet dus de gemiddelde dubbelganger er uit: hij lijkt niet op zijn evenbeeld.

Vreemd was wel dat de kale man op hetzelfde moment bij ons thuis als huisschilder op de ladder stond.
Dat vond ik verbazingwekkend.

zelfontkenningsportret

driemaal het gevreesde zevenblad

Alles begint zo klein en schattig als jonge sla in september.

Als we het dan toch over getallen hebben: het gedicht Jonge sla van Rutger Kopland is op 15-9-’02 in de lijst van gedichten.nl opgenomen als gedicht nr. 442.
[ URL: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/32562.html ]
Het komt uit de bundel Alles op de fiets (1970).
Als ik dit op mijn laptop typ is de inzending 47992 keer bekeken.
Op het gedicht is 144 keer gestemd met een gemiddelde van 3 van de 5 sterren.
Het gros van de lezers heeft dus inderdaad een oordeel.
Het is vandaag 1-8-’18 en het is nu tijd.

Hier staan exact 100 woorden.