archiveren

blog

Het bos kent mensenraadsels.

Bijvoorbeeld een los, bemost fietsachterwiel, bijna dadaïstisch, met zorg geposteerd tegen een paal bij de afsluiting van een bospad.
Het lag er een aantal dagen eerder nog niet.
Iemand?
Ik vermoed een verhaal.

Ik denk dat ik een stadsmens ben.

En hier moest ik aan denken.

Marchel Duchamp – Bicycle Wheel

Advertenties

Donderdagavond nog maar even het bos in geweest.
Gewoon of er niks gebeurd is.

Vlakbij hoor je hier het verkeer van de A1, monotoon met het vermoeden van afzonderlijke auto’s met kentekenplaat dus bouwjaar of herkomst, et cetera.
Mogelijk heeft in elke auto een bestuurder of een andere inzittende afgelopen woensdag gestemd.
Mogelijk zomaar op de bende van Baudet. Dat kan makkelijk, is zo gebeurd.
Dichtbij de snelweg zie je ze passeren, achter elkaar, dat klinkt als een gefluisterde ò met wat sj en v-w-v plus wat doppler.
Je ziet er niets bijzonders aan, net zomin als aan die wandelaars met onaangelijnde honden. We groeten elkaar vriendelijk. Het zijn heldere, oprechte stemmen van mensen, die wellicht gister ook net zo makkelijk dat ene vakje rood kleurden. Je ziet er niks van. ‘Goedenavond’ en een glimlach.

Misschien dat zo iemand af en toe écht droomt van dat trotse Nederland van ooit. Voor 1900 hadden we bijvoorbeeld Indië nog om onze superieure beschaving uit te dragen en was er geen vrouwenkiesrecht of andere gekkigheid. Weet je nog van die eigenhandig gevelde mammoet? Was je niet trots? Alles voor ons Noordse witte Nederland, want o ja: Europa hè, er was iets met de euro en vooral met grenzen of zoiets. Nee wij willen Nederland zoals dat ooit bedoeld is. Niet met dat lelijke andere van buiten.

Eén lichtpuntje? Ik hoorde een FvD’er erkennen dat het klimaat bestáát. Niet dat er een gróót probleem mee was, maar het bestond in geval.
Toch vrees ik knokploegen die zich ons en wij noemen.
Er valt weinig te gniffelen om een een verhaal, dat zich stapje voor stapje naar de jaren dertig terugpraat.
Ik stel mijn hoop op onvermijdelijke interne ruzies met welkome schisma’s. Argumenten lijken mij zinloos.

De Bruin is een vage, saaie achternaam die veel voorkomt.

Waarschijnlijk is deze voor onze tak aangenomen door ene Jan Hendriks aan het eind van de 18e eeuw. Deze is geboren op 7 november 1759 in Holwerd, de tweede zoon van Hendrik Folkerts en Janke Jans. Als hij in 1794 trouwt met Baukje Hendriks Bersma vermeldt het trouwregister van de kerk niet alleen háár achternaam, maar ook die van hem, Jan Hendriks de Bruin, een eerste ‘onze’ De Bruin.

Voor zover ik weet stamt deze Jan Hendriks uit een geslacht van boerenknechten en dagloners, waarvan de eerste zonen generaties lang Hendrik Folkerts of Folkert Hendriks heten.
Hij trouwt waarschijnlijk boven (of buiten) zijn stand en ik verzin graag dat er – zeker bij haar- liefde in het spel was. Waarom ook niet?
Dit is in ieder geval bekend: zijn schoonvader had geld en aanzien, misschien door zijn huwelijk met Janke Stelwagen; een vrouw uit een gegoede familie uit Emden. Hendrik Bersma was lommerdhouder en speelde bank in Holwerd. Hij wás iemand en zijn zoon, dus de zwager van Jan, had er een kroeg.

Je weet dus niet veel van zo’n verleden. Er zijn wat namen, wat akten, wat volkstelling-achtige lijsten.
Er zijn daar tussendoor heel wat mogelijkheden geweest om in de vernieling te raken. Ook toen.
Het waren grimmige tijden met oorlog, jaar-zonder-zomer, misoogst, hongersnood, ziekte en Baukje sterft.
Het gaat overduidelijk mis met Jan Hendriks. Hij raakt alles kwijt, mogelijk ook het contact met zijn kinderen.
Het lijkt  erop dat zijn schoonfamilie hem heeft laten stikken.
Hij gaat zwerven, maar komt niet ver, een kleine 20 km vanuit zijn Holwerd, Vrouwenparochie in het Bildt, en daar sterft hij tussen vreemden.

Hieronder de scan van zijn overlijdensakte.


In het jaar een duizend acht honderd en dertien, den Elfden dag de maand Februarij zijn voor ons Maire Officier van den Burgerlijken Staat der Gemeente van Vrouwen Parochie Departement Vriesland, Canton Hallum – gecompareerd Tjerk Cornelis van der Saag, oud drie en veertig jaren van Beroep Boere arbeider woonachtig onder Vrouwen Parochie, en Jacob Alberts Molenaar oud zes en dertig jaren, van Beroep Boere arbeider
welke ons verklaard hebben dat Jan Hendriks de Bruin, geboortig na beste weten van de comparanten , te Holwert, zijnde aan hun de Naam Zijns ouders onbekend oud gissing Twee en Vijftig Jaren houdende een zwervend leven
op den Tienden dag der maand Ferbruarij des nademiddags ten Twee uren,in de Huisinge № 31 te Vrouwen Parochie, ten huise van Gerryt Doekes Siderius alwaar dezelve ter bede geinkwartierd was is overleden; en hebben de Declaranten deze Acte, na dat hun dezelve was voorgelezen, nevens ons onderteekend. verklarende de tweede comparant niet te kunnen Schrijven en niet bevriend aan de overledene

Tjerk Cornelis van der Saag
R.F. de Jong

Als je weet wat je zoekt kan je deze scan vinden via AlleFriezen.
Ik wist wat ik zocht.
Pake had het allemaal al uitgezocht, ik denk op de motorfiets naar Holwerd en door papier worstelen. Hij kwam rond 1950 even ver in de familiegeschiedenis als ik nu via het internet.
Zijn zoon heette ook Jan.
Pake hechtte eraan dat deze niet via via naar deze Jan Hendriks is vernoemd.
Het was een hele andere Jan. Een latere Jan.
Ik ben bang dat hij gelijk heeft.

Kerst 1963

Kerst 1963

Op deze foto is het kerst 1963.

Kennedy is een maand geleden vermoord, in de tijd dat ik op de bleekneusjeskolonie Kinabu bij Soesterberg zat in verband met mijn astma.
De Sinterklaas hier kwam van de vliegbasis vlakbij en gaf mij een modelbouw straaljager cadeau, waarschijnlijk zo’n McDonnell Douglas F-4 Phantom II, die later in Vietnam tegen MiG’s werd ingezet.

Tegenwoordig zou ik het twee cultuurshocks kunnen noemen.
De eerste naar die eenzaamheid binnen het groepsgebeuren van Soesterberg en de tweede weer terug naar een huis waar alles en iedereen leek te zijn veranderd.
Thuisgekomen was er bijvoorbeeld ineens een televisie.

Zelf kwam ik ziek thuis, longontsteking, en met de kerst mocht ik overdag beneden op de divan liggen.
Ik kreeg toen mijn sinterklaascadeautjes.
Op de foto pak ik ze uit. Gelukkig met gezonde gretigheid. Waarschijnlijk wordt het LEGO.

Het is inderdaad 1963: in de kerstboom branden echte kaarsjes.
Ergens staat een emmer met een dweil of zo.

Verder is er de warme herinnering aan kleur en patroon van deze gordijnen, de telefoon, die wandschemerlamp en het kersttakje,  boven dat wat boven de divan hangt. Een kalender? Iets van Jan? Wat is dat toch raar kromgetrokken. Het moet een kalender zijn van 1964.

Het kan.
Er is geruimd.
Het zand is aangestampt.
Er zijn sporen.

Eén of ander fundament? Een terras? Pad?
Buiten beeld gebeurt van alles.
Dat ga ik niet vertellen.
Ik ben niet gek!

Ik ga alleen zeggen dat iets kan.

[…] , dus ’s avonds voor het slapen met oortjes en android.
thuis- en werkmuziek is ook hier.

nu: gisteravond
wie : kevin ayers
album : joy of a toy
liedje : song for insane times

hoe en wat :
de maatjes van zijn vroegere band (soft machine) komen melig kuchend een studio binnen, spelen een brok aan mij bestede muziek en verlaten het pand net voor de aftiteling op weg naar nieuwe avonturen, maar dan zonder kevin ayers.
zo luister ik ernaar. ik maak er een verhaaltje van, verzin een hoed met rand.
de laatste zingt ondertussen met slaapliedjesstem een tekst die ik bijna versta en waarvan ik ook best wel snap dat die in 1969 is geschreven.

Read More

Op de ramen van de rookruimte plakken platte vogels.
Er zijn immers vaak onbesuisde vogels.
Nu zijn er geen vogels. Het is donker.

Verderop zijn de verlichte ramen van het échte ziekenhuis.
Iemand zou gordijntjes rond bedden kunnen sluiten, lakens leggen over gezichten met gesloten ogen.
Niets van dat alles, zelfs geen ondersteek of injectienaald in bil of bovenbeen.

Weet je dan niet dat ik alles maar verzin? Verzonnen drama. Zweetvoeten. Er is niets aan de hand, is dat niet genoeg?

Deze kamer hoort in een lelijk hotel. ‘Klaag maar niet’, zegt Goya: bed, nachtkastje, kast, anderhalve stoel, tafel, wifi, leeftijdsbestendig sanitair: Helemaal Voor Mezelf.
Vijf jaar geleden (elders) hád ik geen smartphone.
Veel verandert. Veel niet.

En er is een rookruimte.
Er is écht een rookruimte.
Er is nog steeds een rookruimte.

Ook hier geruchten over aanstaande sluiting.

Er worden vragen gesteld door mensen en ik vergeet hun namen.
Morgen volgen meer vragen en andere namen die ik zal vergeten.

O ja: ‘vrijheden’.

Het heeft geen zin te zwijgen als je naakt bent. Men roemt mooie kleren en ik ben dom, ik zie niets.
Zal ik paranoïde zwijgen?
Elk woord lezen als wapen voor de vijand.
Er is geen vijand, zegt die vijand en er is écht geen vijand.

Had ik het al over krimpen gehad?

Of dat ik aan onbereikbare attributen in een huis denk, omdat ik aan {naam} niet durf denken?

Slapen met met Matching Mole – O Caroline wil niet lukken.

Fu-ching-gido? Caravan? …
Dan besta ik ook op deze plek.

Eerst deze nacht en morgen voorzichtig geloven dat het goed komt, want altijd komt alles goed, iedereen haalt de eindstreep.

Francisco Goya- Case de Locos

Francisco Goya – Casa de Locos.

En zo is het dus niet.
Had ik het al over zweetvoeten gehad?