archiveren

blog

Vandaag.
De bushalte bij de bushalte bij de bushalte.
En als je wacht op de bus, het spijt me dat ik een goede schoonzus heb.
Zij vroeg het.
Ik weet het niet.
Maar de kaart op de bushalte bij de bushalte, maar ik zei haar dat het er niet was.
Er waren veel andere mensen rond die tijd, en ze kwam recht op me af… waarom?
Eigenlijk, ik weet het niet.
Ik weet het niet.
Zij vroeg het.
Er was een man in de buurt, maar ze kwam rechtstreeks naar mij.
In Engeland is het niet gemakkelijk om met mensen te praten.
Maar in feite worden ze vaak om een aantal van hen gevraagd.
Als ik naar het station van Shin-Osaka ga, word ik gevraagd om mijn tante te vragen waar ik elke keer in de lift stap.
In Nagoya worden ze gevraagd om een ticket te kopen bij het metrostation.
Ik ben niet in de lokale, maar ik weet zeker dat het gezicht van Nagoya zeker een gezicht is.
Ik ben geboren in Tokio, waar ik geboren ben is Tokio, maar mijn geregistreerde adres is in Nagoya.
Maar het DNA is in Nagoya.
En het DNA is een complete Chubu regio…
Ik weet het niet, maar ik weet het niet, maar ik heb twee grote koffers in de metro in Osaka.
Is alles goed met je?
Als je de vraag beantwoordt, ben je een Japanner, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je, weet je.
Als je het aan deze persoon vraagt, dan vertel je het me.

Kyoto is niet Londen

Kyoto is niet Londen

Aldus de vertaling van Facebook van een bericht van een Japanse vriendin, waarvan ik nog steeds niet heb begrepen of ze in Londen woont of in Tokyo. Of toch misschien in Kyoto.
Volgens Facebook woont ze in Londen, maar tussen de regels hierboven staat heimwee beschreven.
Sorry, dat mag ik niet voor haar invullen.

Advertenties

Iets anders.
Vandaag weer.

Driegesprek.

Iemand vraagt me of ik elke zondag radioreporter ben.  Voetbal, langs de lijn, diverse amateurvelden.
Zo werd me door een buurvrouw ook eens gevraagd of ik geheel en al hersteld was.  Ze had me immers pas nog in het ziekenhuis gezien.
Ook werd ik ooit op vakantie (Italië) van harte herkend door een wildvreemde mevrouw, die mij in Rotterdam wist.
Dit gebeurt me ieder jaar meer dan eens en ik vraag me af: heb ik nou zoveel dubbelgangers of is het steeds weer dezelfde persoon met een drukbezet leven?

Er wordt zojuist iets geopperd over de vriendinnen van mijn vader. Dit wil ik niet weten.
Gelukkig gaat het gesprek verder via het vaderschap van onbekende Canadese bevrijders naar kinderloze echtparen, die graag een boventallige buurbaby hadden willen overnemen.

Ik hoop echt dat ik mezelf nog eens tegenkom, al is het maar als herkenbaar spiegelbeeld.
Signalement?
Een doorsnee gezicht, doorsnee haar, dito bril, snor en kleding.
Je herkent hem zo.

 

ik of één van mijn dubbelgangers

 

De hele zaterdag denken aan tekst.
Omdat je wilt dat het moet?

Terwijl je een andere wereld multitaskt met deze tekst.

Juist die dag stapt Sinterklaas in Warmond aan wal.
Het gevangen zakje pepernoten is voor kleinzoon.
Van kleindochter is de lamme arm van haar gewicht.
Hier zijn sinterklaasliedjes en thuis zijn X dozen uitgepakt, die andere X nog niet.
Verf, behang, MDF, stuc, kit, kilometers bouwmarkt en twijfelachtige keuzes.

Een opgeruimd hoofd als broedplaats voor een onvrolijk gedicht voor (toch maar weer eens) die wekelijkse prijzenslag van Pomgedichten.
Verhuizing dus, hè, nou daar wist ik wel wat vanaf, toch?
Vanuit een luchtig gemoed zoeken naar juist die tint-van-grauwe-woorden, die… eh, och…
Niet denken, dan komt het wel.

Het wordt mijn tweede gedicht geheel getypt op smartphone.
En ja hoor, we waren allemaal winnaars!
Black friday weekend, misschien.
Met z’n allen, met z’n allen, …

#verhuizing

 

 

Jin

Jin

Miya

Miya

Gister dacht ik via een herinnering van Facebook aan die dag een jaar geleden.
9-11-2016: in de VS waren de stemmen geteld en de wereld zou nu wel gauw ondergaan in haat, geweld, armoede en klimaatverkrachting.
Als tegenwicht deelde ik [] “Slapp  Happy – Blue Flower”, omdat ik daar best wel weer vrolijk van werd.
De drama-queen [m/v/x] in mij plaatste (nog steeds op Facebook, jaar geleden) de volgende dag een YouTube link naar: [] The United States of America – Coming Down”.

Een herinnering aan deze plaat. LP. Vinyl, vroege jaren zeventig.
Op mijn studentenkamer komt J. langs.
Hij is een paar jaar ouder dan mij, meer idealist slash activist en in mijn ogen een geducht gestaald kader.
Daarbij ook nog eens een oprecht aardig persoon.

Ik weet het niet meer precies, maar het gaat die ochtend vast om iets maatschappelijk relevants.
Pamflet schrijven?
Plannen smeden?
In de maag gesplitst voorwerk voor de één of andere vergadering, misschien. Even niet opgelet bij het verdelen van de actiepunten.
Of toch maar iets banaals als de studenteninbreng bij de herinrichting van het vak materiaalkunde?

Waterkoker. Er komt een kopje Nescafé met Completa en wat muziek.
The United States of America’s The United States of America, dus, onder andere.
Tot mijn verbazing kent J. de muziek en vindt hij deze LP fantastisch.
“Maatschappij-kritische teksten, ook”, vindt hij.
In mijn herinnering spreekt hij uit enthousiasme met een beetje consumptie.
Ik voel me een beetje ongemakkelijk. Zijn de teksten dan niet best wel US-liberal intellectueel en vrijblijvend. En de arbeidersklasse dan? Gelukkig zeg ik dit niet, ik hoef me niet te schamen.
“Ja. En de muziek! Prachtig.”, antwoord ik en vergeet te zeggen dat ik de zangeres, Dorothy Moskowitz, fantastisch vind, waarna de studentenbeweging ons tot de orde roept.
Voorwaarts!

J. behoudt levenslang zijn idealisme, ook in zijn werk.
Hij leeft allang niet meer. Voetbalveld, hartstilstand. Verdomme.
In een in memoriam lees ik dat iedereen hem een oprecht aardig mens vond.

“Maatschappij-kritische teksten, ook”, zegt hij nog steeds.
Een stem, Nescafé, Completa, koffiemok met barstje.

Shadows on the pavement.


WHERE IS YESTERDAY – THE UNITED STATES OF AMERICA

(Agnus dei
Qui tollis peccata mundi
Miserere eis

Agnus dei
Qui tollis peccata mundi
Donna eis requiem.)

Do you remember what you said and did
A thousand years ago?
Where is yesterday?

Do you remember what you said and did
A thousand weeks ago?
Where is yesterday?

 

Yesterday in crannies or in nooks you will not find;
Yesterday in chronicles or books you will not find;
All you see of yesterday is shadows in your mind;
Shadows on the pavement but no bodies do you find

Do you believe that snows of winters long ago return again?
Where is yesterday?
A voice you knew a thousand years ago you can’t remember when?
Where is yesterday?

Here is only waiting for a day that went before
Here is only waiting for an answer at the door;
Here is only living without knowing why for sure
Here is something gone you cannot find it anymore

[ voor A., B., C., enzovoorts tot en met Z. ]

Deze tekst bestaat uit twee herinneringen.
Gedicht doen?
Nee.
Te particulier, te veel ongeduld, haast.

Delft 1974.
Met een groep bouwkundestudenten kijk ik naar een scherm waarop een dia wordt geprojecteerd van een postmodern interieur.
Het heeft te maken met Charles Jenks, adhocisme. Google maar.

Preciezer: het gaat om de pilaar (klassiek, Dorisch als ik het me goed herinner), die een balk ondersteunt, maar daarvoor net te kort is.
Daarom is deze boven het kapiteel verlengd met een korte slanke stalen kolom.

De docent (Michiel Polak) legt iets uit over de ironie, met het droeve van een grap die wordt uitgelegd.
Een spiksplinternieuwe, historiserende, robuuste drager, die met hedendaagse technologie net zo goed rank had kunnen zijn.
Michiel vraagt respons uit de groep en wijst naar mij of noemt mijn naam en ik zeg iets.

De kolom is hier bevrijd van zijn opdracht de constructie overeind te houden en mag nu gewoon zichzelf zijn.
Zoiets zeg ik, maar dan beter verwoord.
Er komt vast het woord individu in voor, misschien wel zelfbeschikking.
Michiel vindt het treffend verwoord en wil het nog eens herhalen, maar weet de exacte woorden niet meer en vraagt mij te herhalen wat ik net daarvoor heb gezegd.

Op dit moment ontdek ik dat de zin, die ook in de voorgaande alinea niet is uitgeschreven, uit mijn geheugen is weggegumd en ook niemand anders kan zich de tekst exact herinneren.
Een stukje verleden tijd bestaat wel, vol betekenis, maar ontbreekt in taal.
Is dit echt gebeurd?

gebouw van bouwkunde na de brand

gebouw van bouwkunde na de brand

Het andere gaat over liefde en ik ga nu schrijven dat het niet over mezelf gaat. Daar hecht ik aan.
Ik bedenk, dat het over een vrouw moet gaan.
Deze vrouw voelt zich doordrenkt met verliefdheid voor die ene, die ene andere.
Ze weet in een flits van een nieuwe plek achter / boven / binnen in haar neus en van de kruidnagelachtige, zwaarzomerbloemige geur van dat moment. De duizeling, die een dag zal aanhouden.

Op dat moment weet ze ook dé woorden te vinden voor dit iets op dit moment.
Zij spreekt ze niet uit en zal die woorden later nooit meer kunnen herhalen, omdat ze alleen hier en op dit ene moment betekenis hebben.

Een blanco pagina met een gevoel.
Het moet echt gebeurd zijn, maar de tekst is weg.

Hiervan ga ik geen leesbaar gedicht maken en ik heb ook geen idee waarom ik dat zou willen.
Ik zeg niets, ik schrijf maar wat op.
Voor mezelf.
Eng.
Voor de schrijvende aan de lezende ik, ben ik bang.
Omdat ik graag elke woordloze herinnering wil kunnen verwoorden.
Net doen alsof een herinnering echt heeft plaatsgevonden.
Nog steeds bestaat.

Een echte schrijver schrijft voor zijn publiek. Ja ja.

zelfportret 1974

 

 

In 1974 heette een selfie zelfportret.
Op goed geluk één foto nemen om een rolletje vol te maken.
Zelf ontwikkelen en afdrukken.
Photoshoppen in de doka.

Ik had nog geen baardtrimmer.

Ik heb destijds onderweg in België kabouter Plop ontmoet.
Ik heb hem op een idee gebracht voor zijn kin.
Die van mij was effectief gecamoufleerd; gevlekt rossig, kroezig.
Hiermee zullen ze toch wel moeten lachen, zal hij hebben gedacht.

We waren jong.

In  2017 zoiets terugvinden, scannen en te grabbel gooien op het internet, dat is toch wel 2017.

De kiel die ik droeg was ooit groen/grijs geblokt en daarvoor van mijn oudste broer geweest.
Voor of na de foto door mezelf rood geverfd met zo’n blikje.
Je kan je niet alles herinneren.