T.

Zweetvoeten en een rood hoofd. Ik praat er niet graag over, het is genant, maar er is groter verdriet. T. had geen zweetvoeten en geen zichtbaar rood hoofd. Hij wandelde in de schemer over een slap koord.

Zomaar, op straat tussen de Albert Heijn en de daklozenopvang zagen we elkaar weer. Ik was zijn naam eerst kwijt. Hij niet de mijne. O ja, T., ik weet het weer. Onze afscheidshug een jaar geleden was niet, zoals verwacht, onze laatste ontmoeting.
Hij haalt uit zijn plastic tasje een net gekochte halve liter.
‘Voor mijn maat’, zegt hij. Deze kon zelf niet naar de winkel. Iets met zijn voet.
Trots vertelt hij dat hijzelf niet meer drinkt, niks gebruikt. Ik zie dat hij eraan hecht, dat ik dit geloof en zonder reserve doe ik dat, want één halve liter zet geen zoden aan de dijk.
In de opvang gaat hij tegenwoordig alleen nog om met die maat van hem en ze hebben het goed met zijn tweeën. Eigen kamer, niets te maken met junks, zuiplappen, dieven, matennaaiers. Hij ziet er goed uit. Met de ogen aanwezig hier, nu.
Hij heeft weer contact met zijn dochter in Dordt, nog steeds met die goede baan op dat advocatenkantoor, geen man en ook geen man nodig. T. mocht zijn kleindochter zien en vasthouden, hij was er al een paar keer geweest.
Ik weet dat hij ook dit verhaal gelooft en schaam me, dat ik denk dat het opgepoetste werkelijkheid is.
En hoe het met mij ging, vraagt hij en daar draai ik me er een beetje uit, op laffe afstand.

Toen.
We hadden volgens hem allebei een Bijbelse naam. Dat zei hij, terwijl we voor het eerst tegenover elkaar zaten te roken. Hij Ruba-shag van de marktkraam, waar hij als het nodig was kon poffen, ik Camel filter van de Primera. Of ik zijn leeftijd kon raden, want hij zag er zo jong uit voor zijn leeftijd, volgens eigen zeggen dan, dus nu voorzichtig zijn. Gokje: ik maakte hem 10 jaar jonger dan ik dacht en dat was precies goed. Oei.
Na twee, drie weken wist ik meer van hem dan van mezelf. Tenminste, die zin hiervoor schrijf ik zomaar neer, alsof het klopt en ineens wil ik heel graag waarheid schrijven vanaf het allerachterste van mijn tong, maar wees gerust: ik vertrouw lezers niet en kijk wel uit.

Die paar weken waren we samen op een plek, waar we niet wilden zijn.
Maar het was er goed.
Mocht dat wel? Soms, voor sommigen? Thuis-achtig, rustig, veilig, en ondertussen kwam de bagger netjes op tafel, vol schuld, razernij en schaamte. Meestal zei dan iemand dat nog best wel meeviel. Niet soft of jankerig en geen stoerdoenerij. En waar nodig een schop voor de kont. Mooi zo!

T. mopperde steeds weer over zijn medicijnen, omdat hij hiervan tieten kreeg.
‘De meeste mannen boven de vijftig krijgen tieten, T., so what.’
Jaja, zal wel, maar voor de rest: hij kreeg hem niet meer omhoog, hij was geen man.

Hij maakte me wegwijs, de eerste dagen. Waar alles lag voor de tosti, dat je rond tien uur een cup-a-soup moest pakken, want om half elf ging de pantry dicht. Zulks.
Maar ook waarschuwde hij mij voor M.; dat ze alles van iedereen jatte, alles deed voor geld, dat ze hem voor vijf euro had willen pijpen. Hij spuugde een beetje terwijl hij dit vertelt.
Hij legt uit waarom R. steeds in wilde weg ‘Help me nou!’ riep. Niemand hielp haar, niemand kon haar helpen, maar T. is kwaad, dat niemand het zelfs ook maar probeert.
Of waarom die oude vrouw buiten altijd alsmaar in boze tongen liep te schreeuwen. Haar man had haar de taal uit geslagen. Jaren opgesloten.
En dat ik met E. uit moest kijken, want het was zijn schuld geweest dat zij zich ’s nachts weer had gesneden. Hij had niet moeten janken op de groep! Of ik alsjeblieft voorzichtig wilde zijn.

Als hij zijn weekgeld weer had gekregen haalde ik voor hem kleine boodschapjes: Kruidvat mobieltegoed, shag en Kukident.
Van het geld wat over was kocht hij zelf dan meestal ansichtkaarten met hondjes, hertjes, poesjes of watervallen, die hij dan weer, met Veel Geluk, Je Kan Het! of zoiets, meegaf aan iemand die vertrok. Daarbij hoorde dan altijd die klemvaste T.-hug. ‘Zag je hoe zij terugdeinsde? Dat is ze niet gewend, hè. Zo’n Bible Belt meisje. De schat. Ze wist niet wat ze ermee moest’ Hij zei dat alsof hij haar nog eens knuffelde. Ik geloof soms in liefde.

Hij bracht mij anekdotes over zijn adembenemende zwerftochten, bezitsloos en dakloos, over eten van de straat, hij kende in elke provincie een instelling. Over hoe zij hem bedroog, over hoe hij daarna in zijn ééntje zijn dochter opvoedde, over wat ik niet verder mag vertellen.
Hij hield van Clapton, die hij ooit in een klein zaaltje zag in Utrecht, lang voordat die bekend was, maar hij hield ook van Snow Patrol. Ach, had hij maar weer zijn radio voor Arrow.
Ik vertelde van alles over zweetvoeten. Mijn zweetvoeten met een rood hoofd. Ik zat daar toch voor zweetvoeten. Schuld en schaamte over zweetvoeten. En dat rode hoofd. Of hoe je mooi weer speelt met blauw en witte wolkjes.

En dan kwam ineens die God van hem op de proppen.

Hij had geen huis meer, nu zijn beschermde woning in puin lag na die laatste psychose. Dat moest van de stemmen. Die waren er nog steeds, nu alleen maar in zijn kamer.
Als hij de deur dicht deed, spraken ze. Vloeken, tieren, hij rook hun zwavel uit de hel.
‘Dan laat je de deur toch open. Dat mag vast wel.’
‘Dat kan niet. Het mag niet van hun,’ zei hij, ‘Ik ben daar niet alleen.’
Dit was geen grap, maar een mes in mijn ziel.

Ik heb hem sinds die ontmoeting op straat al een paar jaar niet gezien. Ik ben ongerust. Ik verzin dat hij nu in Dordrecht zit en dat zijn dochter hem in de gaten houdt. Ik hoop dat hij een dochter heeft. Een kleinkind.

En ik?
Och. Het gaat wel met die voeten, die kop kan me niet veel schelen en het is toch maar een verhaaltje.

Advertenties
5 reacties
  1. beste vriend
    Ik heb je zojuist in mijn laatste post voor ‘The Sunshine Blogger Award’ genoemd.
    Je verdient, vanwege het belang en de schoonheid van je blog, die het licht als de zon verspreidt. 🙂

    Like

    • Nee.
      Ik heb niet zo veel zin in dit soort zelfkietel-pseudo-awards. Moet je ook nog eens 11 vragen beantwoorden. Ik héb niet eens een favoriet ontbijt. Maar toch dank dat de dobbelsteen op mijn naamloos kladblok viel.
      Ik besta?

      Like

      • thank you for the answer.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: